wegwezen in woordenboek Nederlands

  • wegwezen

    Betekenissen en definities van "wegwezen"

    Grammatica en verbuiging van wegwezen

    • wegwezen (irregular, separable)
    • (Verb) Conjugation of wegwezen
      infinitive wegzijn
      main clause subordinate clause
      present tense past tense present tense past tense
      1st person singular ben weg was weg wegben wegwas
      2nd person sing. (jij/u) bent weg was weg wegbent wegwas<tr style="background: #F2F2FF;"> 2nd person sing. (gij) zijt weg waart weg wegzijt wegwaart
      3rd person singular is weg was weg wegis wegwas
      plural zijn weg waren weg wegzijn wegwaren
      subjunctive sing.1 zij weg ware weg wegzij wegware
      subjunctive plur.1 zijn weg waren weg wegzijn wegwaren
      imperative sing. wees weg, ben weg
      imperative plur.1 weest weg
      participles wegzijnd (zijn) weggeweest
      1) Archaic.
    • wegwezen (not inflected) ;; Conjugated only in the infinitive, and the past participle weggeweest. As in all Dutch verbs, the infinitive may be used as an impersonal imperative: Wegwezen! (“Get out! Scram!”)

Voorbeeldzinnen met " wegwezen "