raadplegen in woordenboek Nederlands

  • raadplegen

    Betekenissen en definities van "raadplegen"

    • een bron van informatie of ervaring aanspeken

    Grammatica en verbuiging van raadplegen

    • raadplegen (weak in -d)
    • (Verb) Conjugation of raadplegen
      infinitive raadplegen
      present tense past tense
      1st person singular raadpleeg raadpleegde
      2nd person singular raadpleegt raadpleegde
      3rd person singular raadpleegt raadpleegde
      plural raadplegen raadpleegden
      subjunctive sing.1 raadplege raadpleegde
      subjunctive plur.1 raadplegen raadpleegden
      imperative sing. raadpleeg
      imperative plur.1 raadpleegt
      participles raadplegend (hebben) geraadpleegd
      1) Archaic.
    • Inflection of raadplegen (weak)
      infinitive raadplegen
      past singular raadpleegde
      past participle geraadpleegd
      infinitive raadplegen
      gerund raadplegen n
      verbal noun
      present tense past tense
      1st person singular raadpleeg raadpleegde
      2nd person sing. (jij) raadpleegt raadpleegde
      2nd person sing. (u) raadpleegt raadpleegde
      2nd person sing. (gij) raadpleegt raadpleegde
      3rd person singular raadpleegt raadpleegde
      plural raadplegen raadpleegden
      subjunctive sing.1 raadplege raadpleegde
      subjunctive plur.1 raadplegen raadpleegden
      imperative sing. raadpleeg
      imperative plur.1 raadpleegt
      participles raadplegend geraadpleegd
      1) Archaic.
      chr:raadplegen

Voorbeeldzinnen met " raadplegen "