periode in woordenboek Nederlands

  • periode

    Betekenissen en definities van "periode"

    • tijdperk
    • Een aparte tussentijd in de geschiedenis.
    • Moment in de geschiedenis dat meestal wordt gekenmerkt door enkele voorname gebeurtenissen.

    Grammatica en verbuiging van periode

    • periode f. ( plural periodes  or perioden, diminutive periodetje, diminutive plural periodetjes)
    • periode f (plural periodes or perioden, diminutive periodetje n)

Voorbeeldzinnen met " periode "