overnemen in woordenboek Nederlands

  • overnemen

    Betekenissen en definities van "overnemen"

    Grammatica en verbuiging van overnemen

    • overnemen (strong class 4, separable)
    • (Verb) Conjugation of overnemen
      infinitive overnemen
      main clause subordinate clause
      present tense past tense present tense past tense
      1st person singular neem over nam over overneem overnam
      2nd person sing. (jij/u) neemt over nam over overneemt overnam<tr style="background: #F2F2FF;"> 2nd person sing. (gij) neemt over naamt over overneemt overnaamt
      3rd person singular neemt over nam over overneemt overnam
      plural nemen over namen over overnemen overnamen
      subjunctive sing.1 neme over name over overneme overname
      subjunctive plur.1 nemen over namen over overnemen overnamen
      imperative sing. neem over
      imperative plur.1 neemt over
      participles overnemend (hebben/zijn) overgenomen
      1) Archaic.
    • Inflection of overnemen (strong class 4, separable)
      infinitive overnemen
      past singular nam over
      past participle overgenomen
      infinitive overnemen
      gerund overnemen n
      verbal noun
      main clause subordinate clause
      present tense past tense present tense past tense
      1st person singular neem over nam over overneem overnam
      2nd person sing. (jij) neemt over nam over overneemt overnam
      2nd person sing. (u) neemt over nam over overneemt overnam
      2nd person sing. (gij) neemt over naamt over overneemt overnaamt
      3rd person singular neemt over nam over overneemt overnam
      plural nemen over namen over overnemen overnamen
      subjunctive sing.1 neme over name over overneme overname
      subjunctive plur.1 nemen over namen over overnemen overnamen
      imperative sing. neem over
      imperative plur.1 neemt over
      participles overnemend overgenomen
      1) Archaic.

Voorbeeldzinnen met " overnemen "