oom in woordenboek Nederlands

  • oom

    Betekenissen en definities van "oom"

    • broer of zwager van iemands vader of moeder
    • Een broer van iemand's vader of moeder.
    • Een man met een of meer broers of zussen die een of meer kinderen hebben; een broer van iemand's vader of moeder.
    • Een man met een of meer zusters die een of meer kinderen hebben; een broer van iemand zijn moeder.
    • Een broer van iemand zijn moeder.

    Synoniemen van "oom" in het woordenboek Nederlands

    onkel, nonkel, ome zijn de belangrijkste synoniemen van "oom" in de Nederlands-thesaurus.

    Antoniemen van "oom" in woordenboek Nederlands

    tante is het antoniem van "oom" in de Nederlands-thesaurus.

    Grammatica en verbuiging van oom

    • oom m. ( plural ooms, diminutive oompje, diminutive plural oompjes)
    • oom m (plural ooms, diminutive oompje n)

Voorbeeldzinnen met " oom "

Beschikbare vertalingen