onteigenen in woordenboek Nederlands

  • onteigenen

    Betekenissen en definities van "onteigenen"

    Grammatica en verbuiging van onteigenen

    • Inflection of onteigenen (weak, prefixed)
      infinitive onteigenen
      past singular onteigende
      past participle onteigend
      infinitive onteigenen
      gerund onteigenen n
      verbal noun
      present tense past tense
      1st person singular onteigen onteigende
      2nd person sing. (jij) onteigent onteigende
      2nd person sing. (u) onteigent onteigende
      2nd person sing. (gij) onteigent onteigende
      3rd person singular onteigent onteigende
      plural onteigenen onteigenden
      subjunctive sing.1 onteigene onteigende
      subjunctive plur.1 onteigenen onteigenden
      imperative sing. onteigen
      imperative plur.1 onteigent
      participles onteigenend onteigend
      1) Archaic.

Voorbeeldzinnen met " onteigenen "