omkeren in woordenboek Nederlands

  • omkeren

    Betekenissen en definities van "omkeren"

    • de andere zijde boven- of voorleggen
    • Ronddraaien, in de tegengestelde richting gaan.

    Grammatica en verbuiging van omkeren

    • (Verb) Conjugation of omkeren
      infinitive omkeren
      main clause subordinate clause
      present tense past tense present tense past tense
      1st person singular keer om keerde om omkeer omkeerde
      2nd person singular keert om keerde om omkeert omkeerde
      3rd person singular keert om keerde om omkeert omkeerde
      plural keren om keerden om omkeren omkeerden
      subjunctive sing.1 kere om keerde om omkere omkeerde
      subjunctive plur.1 keren om keerden om omkeren omkeerden
      imperative sing. keer om
      imperative plur.1 keert om
      participles omkerend (hebben) omgekeerd
      1) Archaic.
    • omkeren (weak in -d, separable)
    • Inflection of omkeren (weak, separable)
      infinitive omkeren
      past singular keerde om
      past participle omgekeerd
      infinitive omkeren
      gerund omkeren n
      verbal noun
      main clause subordinate clause
      present tense past tense present tense past tense
      1st person singular keer om keerde om omkeer omkeerde
      2nd person sing. (jij) keert om keerde om omkeert omkeerde
      2nd person sing. (u) keert om keerde om omkeert omkeerde
      2nd person sing. (gij) keert om keerde om omkeert omkeerde
      3rd person singular keert om keerde om omkeert omkeerde
      plural keren om keerden om omkeren omkeerden
      subjunctive sing.1 kere om keerde om omkere omkeerde
      subjunctive plur.1 keren om keerden om omkeren omkeerden
      imperative sing. keer om
      imperative plur.1 keert om
      participles omkerend omgekeerd
      1) Archaic.

Voorbeeldzinnen met " omkeren "