land in woordenboek Nederlands

  • land

    Betekenissen en definities van "land"

    • boven water
    • Een politieke entiteit die ultieme autoriteit heeft over een geografisch gebied.
    • Een beperkt stuk land met gras of gewassen dat meestal wordt omringd door omheining of een dicht beplante heg als het onderdeel is van een boerderij.
    • Een specifieke geografische landstreek op het aardoppervlakte met al haar eigenschappen, bestaand uit de geologie, oppervlakkige afzettingen, topografie, hydrologie, grond, flora en fauna, samen met het resultaat van vroegere en huidige menselijke activiteit, zodanig dat deze eigenschappen een significante invloed op het huidige en toekomstige landgebruik uitoefenen.
    • Een volk dat permanent een vast grondgebied bezet, bijeengehouden door recht, gewoonten en gebruiken als één lichaam, politiek uitoefenend door middel van een georganiseerde overheid, onafhankelijke soevereiniteit en controle over alle personen en dingen binnen zijn grenzen, tenzij of totdat gezag aan een federatie of een unie van andere staten wordt afgestaan.

    Grammatica en verbuiging van land

    • land n. ( plural landen, diminutive landje, diminutive plural landjes)
    • land n (plural landen, diminutive landje n)
  • Land

Afbeeldingen met "land"

Voorbeeldzinnen met " land "

Beschikbare vertalingen