hoek in woordenboek Nederlands

  • hoek

    Betekenissen en definities van "hoek"

    • een punt waar twee benen of halve rechten samenkomen
    • Het punt waar twee of meer zijden van een geometrische figuur elkaar raken.
    • Een situatie waaruit een handige of sierlijke ontsnapping onmogelijk is.
    • Een figuur gevormd door twee lijnen die uitgaan van een gemeenschappelijk punt (een vlakke hoek) of via doorsnijding van drie vlakken (een vaste hoek).
    • Een boksstoot toegediend met gebogen arm.

    Grammatica en verbuiging van hoek

    • hoek m. ( plural hoeken, diminutive hoekje, diminutive plural hoekjes)
    • hoek m (plural hoeken, diminutive hoekje n)
  • Hoek

Voorbeeldzinnen met " hoek "

Beschikbare vertalingen