gemeenzaam in woordenboek Nederlands

  • gemeenzaam

    Betekenissen en definities van "gemeenzaam"

    Grammatica en verbuiging van gemeenzaam

    • gemeenzaam, gemeenzame
    • gemeenzaam (comparative gemeenzamer, superlative gemeenzaamst) ;;
      Inflection of gemeenzaam
      uninflected gemeenzaam
      inflected gemeenzame
      comparative gemeenzamer
      positive comparative superlative
      predicative/adverbial gemeenzaam gemeenzamer het gemeenzaamst
      het gemeenzaamste
      indefinite m./f. sing. gemeenzame gemeenzamere gemeenzaamste
      n. sing. gemeenzaam gemeenzamer gemeenzaamste
      plural gemeenzame gemeenzamere gemeenzaamste
      definite gemeenzame gemeenzamere gemeenzaamste
      partitive gemeenzaams gemeenzamers

Voorbeeldzinnen met " gemeenzaam "