fantaseren in woordenboek Nederlands

  • fantaseren

    Betekenissen en definities van "fantaseren"

    • Een dagdroom hebben; opgaan in een fantasie.

    Grammatica en verbuiging van fantaseren

    • Inflection of fantaseren (weak)
      infinitive fantaseren
      past singular fantaseerde
      past participle gefantaseerd
      infinitive fantaseren
      gerund fantaseren n
      verbal noun
      present tense past tense
      1st person singular fantaseer fantaseerde
      2nd person sing. (jij) fantaseert fantaseerde
      2nd person sing. (u) fantaseert fantaseerde
      2nd person sing. (gij) fantaseert fantaseerde
      3rd person singular fantaseert fantaseerde
      plural fantaseren fantaseerden
      subjunctive sing.1 fantasere fantaseerde
      subjunctive plur.1 fantaseren fantaseerden
      imperative sing. fantaseer
      imperative plur.1 fantaseert
      participles fantaserend gefantaseerd
      1) Archaic.

Voorbeeldzinnen met " fantaseren "