fantaseren in woordenboek Nederlands fantaseren Betekenissen en definities van "fantaseren" Een dagdroom hebben; opgaan in een fantasie. meer Grammatica en verbuiging van fantaseren Inflection of fantaseren (weak) infinitive fantaseren past singular fantaseerde past participle gefantaseerd infinitive fantaseren gerund fantaseren n verbal noun — present tense past tense 1st person singular fantaseer fantaseerde 2nd person sing. (jij) fantaseert fantaseerde 2nd person sing. (u) fantaseert fantaseerde 2nd person sing. (gij) fantaseert fantaseerde 3rd person singular fantaseert fantaseerde plural fantaseren fantaseerden subjunctive sing.1 fantasere fantaseerde subjunctive plur.1 fantaseren fantaseerden imperative sing. fantaseer imperative plur.1 fantaseert participles fantaserend gefantaseerd 1) Archaic. meer Voorbeeldzinnen met " fantaseren " Verbuiging Verbuig Probeer opnieuw Beschikbare vertalingen Bavarian Belarusisch Catalaans Chinees Deens Duits Engels Esperanto Fins Frans Georgisch Grieks Hongaars Italiaans Japans Lingua Franca Nova Pools Portugees Russisch Spaans Zweeds Auteurs