escorteren in woordenboek Nederlands escorteren Betekenissen en definities van "escorteren" Het vergezellen of begeleiden als escorte. In bijzijn van iemand gaan. meer Grammatica en verbuiging van escorteren escorteren (weak in -d) (Verb) Conjugation of escorteren infinitive escorteren present tense past tense 1st person singular escorteer escorteerde 2nd person singular escorteert escorteerde 3rd person singular escorteert escorteerde plural escorteren escorteerden subjunctive sing.1 escortere escorteerde subjunctive plur.1 escorteren escorteerden imperative sing. escorteer imperative plur.1 escorteert participles escorterend (hebben) geëscorteerd 1) Archaic. Inflection of escorteren (weak) infinitive escorteren past singular escorteerde past participle geëscorteerd infinitive escorteren gerund escorteren n verbal noun — present tense past tense 1st person singular escorteer escorteerde 2nd person sing. (jij) escorteert escorteerde 2nd person sing. (u) escorteert escorteerde 2nd person sing. (gij) escorteert escorteerde 3rd person singular escorteert escorteerde plural escorteren escorteerden subjunctive sing.1 escortere escorteerde subjunctive plur.1 escorteren escorteerden imperative sing. escorteer imperative plur.1 escorteert participles escorterend geëscorteerd 1) Archaic. meer Voorbeeldzinnen met " escorteren " Verbuiging Verbuig Probeer opnieuw Beschikbare vertalingen Catalaans Deens Duits Engels Esperanto Estisch Frans Italiaans Japans Kroatisch Lets Lingua Franca Nova Luganda Malagassisch Noors - Bokmål Pools Portugees Russisch Spaans Thai Turks Zweeds Auteurs