component in woordenboek Nederlands

  • component

    Betekenissen en definities van "component"

    • een deel van een geheel
    • Een kleiner, autonoom deel van een groter geheel. Vaak onder verwijzing naar een fabricageonderdeel van een groter toestel.

    Grammatica en verbuiging van component

    • component f, m (plural componenten, diminutive componentje n)
  • Component

Voorbeeldzinnen met " component "