bijspijkeren in woordenboek Nederlands bijspijkeren Betekenissen en definities van "bijspijkeren" meer Grammatica en verbuiging van bijspijkeren (Verb) Conjugation of bijspijkeren infinitive bijspijkeren main clause subordinate clause present tense past tense present tense past tense 1st person singular spijker bij spijkerde bij bijspijker bijspijkerde 2nd person singular spijkert bij spijkerde bij bijspijkert bijspijkerde 3rd person singular spijkert bij spijkerde bij bijspijkert bijspijkerde plural spijkeren bij spijkerden bij bijspijkeren bijspijkerden subjunctive sing.1 spijkere bij spijkerde bij bijspijkere bijspijkerde subjunctive plur.1 spijkeren bij spijkerden bij bijspijkeren bijspijkerden imperative sing. spijker bij imperative plur.1 spijkert bij participles bijspijkerend (hebben) bijgespijkerd 1) Archaic. bijspijkeren (weak in -d, separable) Inflection of bijspijkeren (weak, separable) infinitive bijspijkeren past singular spijkerde bij past participle bijgespijkerd infinitive bijspijkeren gerund bijspijkeren n verbal noun — main clause subordinate clause present tense past tense present tense past tense 1st person singular spijker bij spijkerde bij bijspijker bijspijkerde 2nd person sing. (jij) spijkert bij spijkerde bij bijspijkert bijspijkerde 2nd person sing. (u) spijkert bij spijkerde bij bijspijkert bijspijkerde 2nd person sing. (gij) spijkert bij spijkerde bij bijspijkert bijspijkerde 3rd person singular spijkert bij spijkerde bij bijspijkert bijspijkerde plural spijkeren bij spijkerden bij bijspijkeren bijspijkerden subjunctive sing.1 spijkere bij spijkerde bij bijspijkere bijspijkerde subjunctive plur.1 spijkeren bij spijkerden bij bijspijkeren bijspijkerden imperative sing. spijker bij imperative plur.1 spijkert bij participles bijspijkerend bijgespijkerd 1) Archaic. meer Voorbeeldzinnen met " bijspijkeren " Verbuiging Verbuig Probeer opnieuw Beschikbare vertalingen Duits Engels Fins Grieks Italiaans Pools Russisch Spaans Auteurs