beredeneren in woordenboek Nederlands

  • beredeneren

    Betekenissen en definities van "beredeneren"

    Grammatica en verbuiging van beredeneren

    • beredeneren (weak in -d)
    • (Verb) Conjugation of beredeneren
      infinitive beredeneren
      present tense past tense
      1st person singular beredeneer beredeneerde
      2nd person singular beredeneert beredeneerde
      3rd person singular beredeneert beredeneerde
      plural beredeneren beredeneerden
      subjunctive sing.1 beredenere beredeneerde
      subjunctive plur.1 beredeneren beredeneerden
      imperative sing. beredeneer
      imperative plur.1 beredeneert
      participles beredenerend (hebben) beredeneerd
      1) Archaic.
    • Inflection of beredeneren (weak, prefixed)
      infinitive beredeneren
      past singular beredeneerde
      past participle beredeneerd
      infinitive beredeneren
      gerund beredeneren n
      verbal noun
      present tense past tense
      1st person singular beredeneer beredeneerde
      2nd person sing. (jij) beredeneert beredeneerde
      2nd person sing. (u) beredeneert beredeneerde
      2nd person sing. (gij) beredeneert beredeneerde
      3rd person singular beredeneert beredeneerde
      plural beredeneren beredeneerden
      subjunctive sing.1 beredenere beredeneerde
      subjunctive plur.1 beredeneren beredeneerden
      imperative sing. beredeneer
      imperative plur.1 beredeneert
      participles beredenerend beredeneerd
      1) Archaic.

Voorbeeldzinnen met " beredeneren "

Beschikbare vertalingen