bangelijk in woordenboek Nederlands

  • bangelijk

    Betekenissen en definities van "bangelijk"

    Grammatica en verbuiging van bangelijk

    • (Adjective) Declension of bangelijk
      positive comparative superlative
      attributive predicative/adverbial
      predicative/adverbial bangelijk bangelijker  
      neutersingular indefinite bangelijk bangelijker
      definite bangelijke bangelijkere bangelijkste het bangelijkst(e)
      common singular bangelijke bangelijkere bangelijkste de bangelijkste
      plural bangelijke bangelijkere bangelijkste de bangelijkste
      partitive bangelijks bangelijkers  
    • bangelijk ( comparative bangelijker, superlative bangelijkst)
    • bangelijk (comparative bangelijker, superlative bangelijkst) ;;
      Inflection of bangelijk
      uninflected bangelijk
      inflected bangelijke
      comparative bangelijker
      positive comparative superlative
      predicative/adverbial bangelijk bangelijker het bangelijkst
      het bangelijkste
      indefinite m./f. sing. bangelijke bangelijkere bangelijkste
      n. sing. bangelijk bangelijker bangelijkste
      plural bangelijke bangelijkere bangelijkste
      definite bangelijke bangelijkere bangelijkste
      partitive bangelijks bangelijkers

Voorbeeldzinnen met " bangelijk "