aborteren in woordenboek Nederlands

  • aborteren

    Betekenissen en definities van "aborteren"

    • een foetus weghalen
    • Het ontijdig afbreken van een zwangerschap, vrijwillig of niet.
    • Een lopend proces beëindigen.

    Grammatica en verbuiging van aborteren

    • (Verb) Conjugation of aborteren
      infinitive aborteren
      present tense past tense
      1st person singular aborteer aborteerde
      2nd person singular aborteert aborteerde
      3rd person singular aborteert aborteerde
      plural aborteren aborteerden
      subjunctive sing.1 abortere aborteerde
      subjunctive plur.1 aborteren aborteerden
      imperative sing. aborteer
      imperative plur.1 aborteert
      participles aborterend (hebben) geaborteerd
      1) Archaic.
    • aborteren (weak in -d)
    • Inflection of aborteren (weak)
      infinitive aborteren
      past singular aborteerde
      past participle geaborteerd
      infinitive aborteren
      gerund aborteren n
      verbal noun
      present tense past tense
      1st person singular aborteer aborteerde
      2nd person sing. (jij) aborteert aborteerde
      2nd person sing. (u) aborteert aborteerde
      2nd person sing. (gij) aborteert aborteerde
      3rd person singular aborteert aborteerde
      plural aborteren aborteerden
      subjunctive sing.1 abortere aborteerde
      subjunctive plur.1 aborteren aborteerden
      imperative sing. aborteer
      imperative plur.1 aborteert
      participles aborterend geaborteerd
      1) Archaic.

Voorbeeldzinnen met " aborteren "