aborteren in woordenboek Nederlands aborteren Betekenissen en definities van "aborteren" een foetus weghalen Het ontijdig afbreken van een zwangerschap, vrijwillig of niet. Een lopend proces beëindigen. meer Grammatica en verbuiging van aborteren (Verb) Conjugation of aborteren infinitive aborteren present tense past tense 1st person singular aborteer aborteerde 2nd person singular aborteert aborteerde 3rd person singular aborteert aborteerde plural aborteren aborteerden subjunctive sing.1 abortere aborteerde subjunctive plur.1 aborteren aborteerden imperative sing. aborteer imperative plur.1 aborteert participles aborterend (hebben) geaborteerd 1) Archaic. aborteren (weak in -d) Inflection of aborteren (weak) infinitive aborteren past singular aborteerde past participle geaborteerd infinitive aborteren gerund aborteren n verbal noun — present tense past tense 1st person singular aborteer aborteerde 2nd person sing. (jij) aborteert aborteerde 2nd person sing. (u) aborteert aborteerde 2nd person sing. (gij) aborteert aborteerde 3rd person singular aborteert aborteerde plural aborteren aborteerden subjunctive sing.1 abortere aborteerde subjunctive plur.1 aborteren aborteerden imperative sing. aborteer imperative plur.1 aborteert participles aborterend geaborteerd 1) Archaic. meer Voorbeeldzinnen met " aborteren " Verbuiging Verbuig Probeer opnieuw Beschikbare vertalingen Afrikaans Catalaans Duits Engels Esperanto Estisch Faeröers Fins Frans Hongaars IJslands Interlingue Italiaans Lingua Franca Nova Papiaments Portugees Russisch Servisch Spaans Swahili Telugu Tsjechisch Welsh Zweeds Auteurs