Vertaling van "leven" naar Spaans

vida, vivir, habitar zijn de beste vertalingen van "leven" in Spaans.

leven verb noun neuter grammatica

het doormaken van het leven [..]

+ Toevoegen

Nederlands - Spaans woordenboek

  • vida

    noun feminine

    capacidad de nacer, crecer, reproducirse y morir, y, a lo largo de sucesivas generaciones, evolucionar [..]

    Tom stond op het punt het belangrijkste telefoontje van zijn leven te plegen.

    Tom estaba a punto de hacer la llamada telefónica más importante de su vida.

  • vivir

    verb

    het doormaken van het leven [..]

    We leven niet in landen, we leven in onze talen. Dat is jouw thuis, daar en nergens anders.

    No vivimos en países, vivimos en nuestros idiomas. Ése es tu hogar, ése y ningún otro.

  • habitar

    verb

    Tener residencia permanente.

    Een verschrikkelijk monster leefde hier vroeger.

    Un terrible monstruo habitaba antes aquí.

  • Minder frequente vertalingen

    • residir
    • vivo
    • viviente
    • morar
    • ruido
    • leva
    • existir
    • ocupar
    • jaleo
    • estruendo
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "leven" in Spaans

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Vertalingen met alternatieve spelling

Leven
+ Toevoegen

Nederlands - Spaans woordenboek

  • Vida

    Tom stond op het punt het belangrijkste telefoontje van zijn leven te plegen.

    Tom estaba a punto de hacer la llamada telefónica más importante de su vida.

Zinnen vergelijkbaar met "leven" met vertalingen in Spaans

Toevoegen

Vertalingen van "leven" naar Spaans in context, vertaalgeheugen