Vertaling van "stoot" naar Duits

Stoß, Anstoß, Treffen zijn de beste vertalingen van "stoot" in Duits.

stoot noun verb masculine feminine grammatica

Een grote kracht, toegepast om een object van de richting van de bron van die kracht af te laten bewegen.

+ Toevoegen

Nederlands - Duits woordenboek

  • Stoß

    noun masculine

    Een grote kracht, toegepast om een object van de richting van de bron van die kracht af te laten bewegen.

    Tom viel van de trap af en stootte zijn hoofd.

    Tom fiel die Treppe hinab und stieß sich den Kopf.

  • Anstoß

    noun masculine

    Wij kunnen nu een stoot geven, zodat het er werkelijk van komt.

    Wir können jetzt den Anstoß dazu geben, daß sich das wirklich realisiert.

  • Treffen

    verb neuter

    Ontplofte het schip toen je tegen de computer stootte?

    Es wurde beschädigt, als du das Bord trafst?

  • Minder frequente vertalingen

    • Schüttern
    • Rütteln
    • Schütteln
    • Pik
    • Stich
    • Schlag
    • Hieb
    • Trieb
    • stoßen
    • rücken
    • Boxer
    • Hand
    • Knuff
    • Menge
    • Puff
    • Rippenstoß
    • Ruck
    • Schub
    • Stups
    • treiben
    • Treffer
    • dringen
    • schub
    • jagen
    • Schnecke
    • anfeuern
    • Kollision
    • Anschlag
    • Schubs
    • Streich
    • vor sich hertreiben
    • Tussi
    • Haufen
    • impuls#kraftstoß
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "stoot" in Duits

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Zinnen vergelijkbaar met "stoot" met vertalingen in Duits

  • ein Schlag unter die Gürtellinie
  • widerstandslos
  • anstiften · veranlassen
  • abstoßend · anstöβig
  • anbrechen · anfangen · anhaken · anhängen · anlegen · ans Ufer kommen · ansprechen · beginnen · das Ufer betreten · das Ufer erreichen · herantreten · häkeln · landen · stranden
  • Anstoß erregen · angeben · anvertrauen · aufschlagen · ausgehen · aushämmern · ausklopfen · ausrücken · erteilen · erzeugen · geben · gestatten · gewähren · hauen · herreichen · hervorbringen · hinausgehen · klopfen · machen · peitschen gegen · prasseln gegen · prügeln · schenken · schlagen · schlagen gegen · spenden · stoßen · tragen · verabreichen · verbringen · zubringen · überantworten · übergeben
  • anstoßen
  • ruckweise
Toevoegen

Vertalingen van "stoot" naar Duits in context, vertaalgeheugen