Vertaling van "shell" naar Deens

shell, Shell zijn de beste vertalingen van "shell" in Deens. Voorbeeld vertaalde zin: Verkoop aan additievenproducenten wordt beschouwd als verkoop op de groothandelsmarkt (uitgezonderd in het geval van AGIP-additieven en verkoop door Shell en Exxon voor hun activiteiten op de additievenmarkt voorafgaand aan de gemeenschappelijke onderneming). ↔ Salg til additivvirksomheder betragtes som handelsmarkedssalg (undtagen i tilfælde af AGIP-additiver og Shells og Exxons salg til deres additivaktiviteter forud for joint venturet).

shell
+ Toevoegen

Nederlands - Deens woordenboek

  • shell

    De lidstaten verbieden kredietinstellingen en financiële instellingen een correspondentrelatie aan te gaan of te handhaven met een shell bank.

    Medlemsstaterne forbyder kreditinstitutter og finansieringsinstitutter at indgå eller opretholde en korrespondentforbindelse med et tomt bankselskab (shell bank).

  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "shell" in Deens

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Vertalingen met alternatieve spelling

Shell
+ Toevoegen

Nederlands - Deens woordenboek

  • Shell

    proper

    Shell heeft verklaard dat ongeveer twee derde van de overeengekomen prijsverhogingen kon worden uitgevoerd.

    Shell har angivet, at ca. to tredjedele af de aftalte forhøjelser kunne gennemføres.

Zinnen vergelijkbaar met "shell" met vertalingen in Deens

Toevoegen

Vertalingen van "shell" naar Deens in context, vertaalgeheugen

Verkoop aan additievenproducenten wordt beschouwd als verkoop op de groothandelsmarkt (uitgezonderd in het geval van AGIP-additieven en verkoop door Shell en Exxon voor hun activiteiten op de additievenmarkt voorafgaand aan de gemeenschappelijke onderneming).
Salg til additivvirksomheder betragtes som handelsmarkedssalg (undtagen i tilfælde af AGIP-additiver og Shells og Exxons salg til deres additivaktiviteter forud for joint venturet).
21 Op verzoek van de Commissie en niettegenstaande bezwaar van Shell is de behandeling van de zaak bij beschikking van de president van het Hof van 28 juli 1992 geschorst tot 15 september 1994, teneinde de eventuele consequenties te onderzoeken van het arrest van 15 juni 1994, Commissie/BASF e.a. (C-137/92 P, Jurispr. blz. I-2555; hierna: "PVC-arrest van het Hof"), gewezen op de hogere voorziening tegen het PVC-arrest van het Gerecht.
21 Paa begaering af Kommissionen og uden hensyn til Shell's protest blev sagens behandling udsat ved beslutning af 28. juli 1992 fra Domstolens praesident indtil den 15. september 1994 med henblik paa at undersoege, hvilke konsekvenser der skal drages af dommen af 15. juni 1994 i sagen Kommissionen mod BASF m.fl. (sag C-137/92 P, Sml. I, s. 2555, herefter »Domstolens PVC-dom«), som blev afsagt i en appelsag indledt til proevelse af Rettens PVC-dom.
333 Volgens punt 152 van de bestreden beschikking toont een handgeschreven notitie van Shell uit de inbreukperiode aan dat haar vertegenwoordiger verwachtte dat de personen die de verschillende ondernemingen vertegenwoordigden tijdens de bijeenkomst van 8 en 9 maart 1999 informatie uitwisselden over de bevoorrading met „slack wax” van een aantal klanten.
333 Ifølge 152. betragtning til den anfægtede beslutning viser et håndskrevet notat af Shell, der er samtidigt med overtrædelsen, at Shells repræsentant forventede, at de personer, der repræsenterede de forskellige virksomheder, ville udveksle oplysninger om forsyningen af bestemte kunder med råparaffin på mødet den 8. og 9. marts 1999.
103 De omstandigheid dat de Commissie volledig is voorbijgegaan aan de argumenten die Shell in haar antwoorden op de eerste en de tweede mededeling van punten van bezwaar en in haar aan de hoorzitting voorafgaande opmerkingen heeft aangevoerd, en daarentegen argumenten heeft behandeld die zijn aangevoerd in het kader van de zaak die aanleiding heeft gegeven tot de bitumenbeschikking, komt erop neer dat zij in strijd met artikel 253 EG de onderhavige beschikking ontoereikend heeft gemotiveerd.
103 Den omstændighed, at Kommissionen fuldstændig så bort fra de argumenter, Shell faktisk havde fremført i sine svar på den første og den anden klagepunktsmeddelelse og i sine bemærkninger forud for høringen, og i stedet behandlede argumenter fremført inden for rammerne af den sag, der gav anledning til asfaltbeslutningen, udgør en mangel på begrundelse, som strider imod artikel 253 EF.
247 Met betrekking tot de quota betoogt verzoekster, dat de verminderingen van de hoeveelheden waartoe in 1983 werd besloten, niet het gevolg waren van overeenkomsten tussen producenten, maar van een zelfstandig besluit van de Shell-vennootschappen, dat erop gericht was de prijzen te verhogen.
247 Sagsoegeren har med hensyn til kvoterne anfoert, at de maengdemaessige nedskaeringer, der var blevet besluttet i 1983, ikke var resultatet af aftaler mellem producenter, men en uafhaengig beslutning truffet af Shell-selskaberne med henblik paa at forhoeje priserne.
„Shell Prijs verhoogd”
»Shell pris forhøjet«
Uit een document van Shell blijkt, dat oorspronkelijk een nog verdere etappegewijze verhoging tot 2,50 DM/kg op 1 november ter sprake was gebracht, waarvan men echter vervolgens had afgezien.
Papirer fra Shell viser, at man oprindeligt paataenkte et yderligere prisforhoejelsestrin til 2,50 DM/kg pr. 1. november, men at dette blev opgivet.
Bevoorrechte rol van Exxon, BP/Mobil en Shell met beperkte concurrentiedruk van de kleinere basisolieproducenten
Privilegeret rolle for Exxon, BP-Mobil og Shell med mindre begrænsninger som følge af små baseolieproducenter
(6) Op 5 juli 2001 ondertekenden Shell en RWE-DEA over de gemeenschappelijke onderneming een overeenkomst.
(6) Shell og RWE-DEA undertegnede den 5. juli 2001 en joint venture-aftale.
(Zaak nr. COMP/M.3275 — Shell España/Cepsa/SIS)
(Sag COMP/M.3275 — SHELL ESPAÑA/CEPSA/SIS)
Maar met een wereldwijde beweging van mensen die opkomen tegen Shell, kunnen we het gebied nog redden.
Men du kan være med til at beskytte Arktis mod olieselskaber som Shell.
De concentratie zou daarom resulteren in de creatie of versterking van een collectieve machtspositie op de Oostenrijkse kleinhandelsmarkt voor motorbrandstoffen, die zou worden ingenomen door OMV, het trio Exxon - BP/Mobil - Aral en Shell.
Fusionen vil derfor skabe eller styrke en dominerende stilling for OMV, trioen Exxon - BP-Mobil - Aral, samt Shell på det østrigske marked for detailhandel med motorbrændstof.
(623) Uit de gegevens van 1997 blijkt dat drie operatoren een vergelijkbaar aantal sites hebben, namelijk Shell, Aral en Q8 met respectievelijk 52, 50 en 48 tankstations.
(623) Tallene fra 1997 tyder på, at tre operatører har omtrent lige mange tankstationer. Shell, Aral og Q8 har således henholdsvis 52, 50 og 48.
67 Het stond dus aan Shell dit vermoeden te weerleggen door aan te tonen dat die dochterondernemingen hun commercieel beleid autonoom bepaalden, zodat zij niet samen met haar een enkele economische eenheid en dus een enkele onderneming in de zin van artikel 81 EG vormden.
67 Det påhvilede derfor Shell at afkræfte formodningen ved at påvise, at de nævnte datterselskaber havde bestemt deres forretningspolitik selvstændigt, således at de ikke sammen med Shell havde udgjort én enkelt økonomisk enhed og dermed én virksomhed i artikel 81 EF’s forstand.
Shell voegt daaraan toe dat het arrest van het Gerecht van 26 april 2007, Bolloré e.a. /Commissie (T‐109/02, T‐118/02, T‐122/02, T‐125/02, T‐126/02, T‐128/02, T‐129/02, T‐132/02 en T‐136/02, Jurispr. blz. II‐947), bevestigt dat de omstandigheid dat de moedermaatschappij 100 % van het kapitaal van de dochteronderneming bezit, niet automatisch omkering van de bewijslast meebrengt, maar dat toerekening van het gedrag van een 100 %-dochteronderneming aan de moedermaatschappij slechts gerechtvaardigd is indien uit specifieke omstandigheden blijkt dat die moedermaatschappij daadwerkelijk beslissende invloed heeft uitgeoefend op het gedrag van haar dochteronderneming.
Shell har tilføjet, at Rettens dom af 26. april 2007, Bolloré m.fl. mod Kommissionen (forenede sager T-109/02, T-118/02, T-122/02, T-125/02, T-126/02, T-128/02, T-129/02, T-132/02 og T-136/02, Sml. II, s. 947), bekræfter, at bevisbyrden ikke automatisk vendes om, hvis moderselskabet ejer hele kapitalen i et datterselskab, men at det kun er berettiget at tilregne moderselskabet et fuldt ud ejet datterselskabs adfærd, hvis visse omstændigheder godtgør, at moderselskabet faktisk har øvet afgørende indflydelse på datterselskabets adfærd.
Voorgesteld wordt (artikel #, lid #) dat de lidstaten kredietinstellingen verbieden om een correspondentbankrelatie aan te gaan met banken die het shell banken toestaat om van haar rekeningen gebruik te maken
I henhold til artikel #, stk. #, skal det forbydes kreditinstitutter at indgå en korrespondentbankforbindelse med en bank, som tillader, at dens konti anvendes af tomme bankselskaber
129 Met betrekking tot het derde prijsinitiatief vermeldt de beschikking (punt 35), dat Shell en ICI reeds in juni 1981, toen duidelijk werd dat de prijsstijging van het eerste kwartaal afnam, een nieuw prijsinitiatief hadden gepland voor september/oktober 1981.
129 Med hensyn til det tredje prisinitiativ, anfoeres det i beslutningen (35. betragtning), at Shell og ICI allerede i juni 1981, da det viste sig, at prisstigningerne i aarets foerste kvartal begyndte at gaa langsommere, forudsaa et yderligere prisinitiativ for september og oktober 1981.
De verwijzing naar ‚alle producenten’ toont ook aan dat de overige ondernemingen, naast Total en Shell, aan de bijeenkomst moeten hebben deelgenomen.”
Henvisningen til »samtlige producenter« viser også, at de øvrige virksomheder, ud over Total og Shell, må have deltaget i mødet.
- in het geval van Hoechst, ICI, MONTEPOLIMERI en SHELL, vanaf omstreeks halverwege 1977 tot tenminste november 1983;
- for HOECHST's, ICI's, MONTEPOLIMERI's og SHELL's vedkommende, fra omkring midten af 1977 og mindst til november 1983,
223 Vervolgens heeft de Commissie de betrokken ondernemingen gedifferentieerd behandeld naargelang van hun gezamenlijke omzet betreffende BR en SBR voor 2001, het laatste volledige jaar van de inbreuk, behalve voor Shell (1998, omdat Shell haar activiteiten in 1999 heeft verkocht) en Stomil (1999, omdat Stomil de inbreuk in 2000 heeft beëindigd).
223 Derefter foretog Kommissionen en differentieret behandling af de berørte virksomheder på grundlag af deres samlede omsætning af BG og SBG i det sidste fulde år, hvori overtrædelsen fandt sted, nemlig 2001, idet den dog for Shell anvendte 1998 (eftersom Shell havde solgt sin virksomhed i 1999) og for Stomil 1999 (eftersom Stomil var ophørt med overtrædelsen i 2000).