Vertaling van "bezigheid" naar Deens

beskæftigelse, arbejde, erhverv zijn de beste vertalingen van "bezigheid" in Deens.

bezigheid noun feminine grammatica

iets waarmee men bezig is [..]

+ Toevoegen

Nederlands - Deens woordenboek

  • beskæftigelse

    noun common

    persons aktivitet, f.eks. hobby, arbejde, sport, ...

    De bezigheid van een vrouw is haar man. En haar leven is haar liefde.

    En kvindes beskæftigelse er hendes mand, og hendes liv er hendes kærlighed.

  • arbejde

    noun neuter

    Gedurende deze periode mag hij geen andere winstgevende bezigheid verrichten.

    I denne periode må han ikke udføre andet lønnet arbejde.

  • erhverv

    noun neuter

    Oorlog voeren was de voornaamste bezigheid van de natie, en de priesters hitsten onophoudelijk tot oorlog op.”

    Krig var nationens erhverv, og præsterne ophidsede uafladelig til krig.“

  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "bezigheid" in Deens

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate
Toevoegen

Vertalingen van "bezigheid" naar Deens in context, vertaalgeheugen