Vertaling van "sezon" naar Nederlands
jaargetijde, seizoen, seizoen zijn de beste vertalingen van "sezon" in Nederlands.
sezon
-
jaargetijde
noun femininePoutèt li fè frèt nan moman sa a, apot Jan rele l “sezon fredi”.
Omdat dit het koude jaargetijde is, spreekt de apostel Johannes over „winter”.
-
seizoen
noun neuterMen, n ap gen pou n pase atravè tout sezon—ni plezan ni penib.
Niettemin moeten wij alle seizoenen meemaken — de prettige en pijnlijke.
-
Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen
Automatische vertalingen van "sezon" in Nederlands
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Vertalingen met alternatieve spelling
Sezon
-
seizoen
nounMen, n ap gen pou n pase atravè tout sezon—ni plezan ni penib.
Niettemin moeten wij alle seizoenen meemaken — de prettige en pijnlijke.
Voorbeeld toevoegen
Toevoegen