Vertaling van "terminer" naar Nederlands

beëindigen, afmaken, afsluiten zijn de beste vertalingen van "terminer" in Nederlands.

terminer verb grammatica

Faire finir quelque chose. [..]

+ Toevoegen

Frans - Nederlands woordenboek

  • beëindigen

    verb

    tot een einde brengen [..]

    Nombre de passagers de navires de croisière commençant ou terminant une traversée.

    Aantal cruisepassagiers die een cruise beginnen en beëindigen.

  • afmaken

    verb

    iets tot voltooiing brengen

    J'ai terminé le travail.

    Ik heb het werk afgemaakt.

  • afsluiten

    verb

    J'espère que la présidence tchèque se terminera dans un esprit aussi positif et aussi constructif.

    Ik hoop dat we het Tsjechisch voorzitterschap in eenzelfde positieve en constructieve sfeer kunnen afsluiten.

  • Minder frequente vertalingen

    • eindigen
    • voltooien
    • stoppen
    • besluiten
    • voleindigen
    • stopzetten
    • opheffen
    • sluiten
    • ophouden
    • staken
    • afbreken
    • uitmaken
    • stelpen
    • opbreken
    • termineren
    • aflopen
    • afronden
    • afhandelen
    • finishen
    • vereffenen
    • afwerken
    • uitspelen
    • stilleggen
    • einden
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "terminer" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Zinnen vergelijkbaar met "terminer" met vertalingen in Nederlands

Toevoegen

Vertalingen van "terminer" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen