Vertaling van "agiter" naar Nederlands

agiteren, schudden, zwaaien zijn de beste vertalingen van "agiter" in Nederlands.

agiter verb grammatica

Secouer vivement en tout sens [..]

+ Toevoegen

Frans - Nederlands woordenboek

  • agiteren

    Traductions à trier suivant le sens

    Vous voulez savoir pourquoi vous êtes si agité depuis quelques semaines?

    Wil je weten waarom je de laatste paar weken zo geagiteerd bent geweest?

  • schudden

    verb

    Traductions à trier suivant le sens

    Boucher hermétiquement l'erlenmeyer et agiter pour bien mettre l'engrais en suspension sans formation de grumeaux.

    Sluit de Erlenmeyer hermetisch en schud om de meststof goed in suspensie te brengen, zonder klontervorming.

  • zwaaien

    verb

    Traductions à trier suivant le sens

    Le sorcier agita sa baguette magique et disparut dans le néant.

    De tovenaar zwaaide met zijn toverstokje, en verdween in het niets.

  • Minder frequente vertalingen

    • opruien
    • ophitsen
    • opwinden
    • opstoken
    • slingeren
    • swingen
    • roeren
    • wuiven
    • omroeren
    • woelen
    • kwispelen
    • schokken
    • schommelen
    • doen trillen
    • in de war brengen
    • razen
    • koken
    • briesen
    • schuimbekken
    • verontrusten
    • zieden
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "agiter" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Zinnen vergelijkbaar met "agiter" met vertalingen in Nederlands

  • zwaaien
  • bang · beducht · bezorgd · dol · dolzinnig · druk · gejaagd · gek · gerimpeld · koortsachtig · krankzinnig · ongerust · onrustig · opgewonden · rusteloos · ruw · stapel · uitzinnig · waanzinnig · woelig
  • opgewonden
  • bang · beducht · bezorgd · dol · dolzinnig · druk · gejaagd · gek · gerimpeld · koortsachtig · krankzinnig · ongerust · onrustig · opgewonden · rusteloos · ruw · stapel · uitzinnig · waanzinnig · woelig
  • bang · beducht · bezorgd · dol · dolzinnig · druk · gejaagd · gek · gerimpeld · koortsachtig · krankzinnig · ongerust · onrustig · opgewonden · rusteloos · ruw · stapel · uitzinnig · waanzinnig · woelig
Toevoegen

Vertalingen van "agiter" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen