Vertaling van "completar" naar Nederlands

aanvullen, completeren, voltooien zijn de beste vertalingen van "completar" in Nederlands.

completar verb grammatica

Hacer una cosa completa. [..]

+ Toevoegen

Spaans - Nederlands woordenboek

  • aanvullen

    verb

    Próximamente las pruebas de laboratorio se completarán con controles de las emisiones en condiciones reales de conducción.

    De laboratoriumtests zouden weldra worden aangevuld met tests in echte rijomstandigheden.

  • completeren

    Desde esa fecha, algunos Estados miembros han completado sus programas nacionales de seguimiento intensivo añadiendo algunas parcelas.

    Sedertdien heeft een aantal lidstaten zijn nationale programma van intensieve bewaking gecompleteerd door de aanwijzing van bijkomende waarnemingspunten.

  • voltooien

    verb

    ten einde brengen [..]

    Fuimos enviados aquí por el Almirante para completar una misión.

    We zijn door de admiraal gestuurd een missie te voltooien.

  • Minder frequente vertalingen

    • bijwerken
    • vervullen
    • volmaken
    • voleinden
    • vullen
    • invullen
    • volbrengen
    • uitvoeren
    • verrichten
    • stoppen
    • supplementeren
    • volschenken
    • spekken
    • dempen
    • compleet
    • afmaken
    • afwerken
    • voltrekken
    • nakomen
    • naleven
    • complementeren
    • bereiken
    • realiseren
    • tot stand brengen
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "completar" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Zinnen vergelijkbaar met "completar" met vertalingen in Nederlands

  • Eventing
  • voltooid contract
  • Kwadraatsplitsen
  • versleutelingscode voor volledig volume
  • absoluut · algeheel · allesomvattend · alleszins · compleet · door en door · exhaustief · faliekant · finaal · gans · geheel · glad · gladweg · heel · helemaal · in extenso · lijnrecht · onverdeeld · over de hele linie · totaal · van a tot z · vol · volkomen · volledig · voluit · voor honderd procent · één en al
  • absoluut · al · algeheel · alle · allemaal · allen · allesomvattend · alleszins · alomvattend · compleet · diepgaand · door en door · exhaustief · faliekant · finaal · gans · geheel · glad · gladweg · globaal · heel · helemaal · in extenso · lijnrecht · machtig · omvattend · onverdeeld · over de hele linie · stevig · totaal · uiten · uitgebreid · van a tot z · vol · volkomen · volledig · volledige · volslagen · voluit · voor honderd procent · één en al
Toevoegen

Vertalingen van "completar" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen