Vertaling van "amplia" naar Nederlands
breed, wijd, uitgebreid zijn de beste vertalingen van "amplia" in Nederlands.
Muy grande en grado o alcance. [..]
-
breed
adjectiveZeer groot in uitgestrektheid of in omvang.
Los dos boletines se publican ahora con periodicidad mensual y abarcan un abanico de temas más amplio.
De twee nieuwsbrieven verschijnen nu maandelijks en behandelen een breder scala aan onderwerpen.
-
wijd
adjectiveZeer groot in uitgestrektheid of in omvang.
Estas estimaciones tienen forzosamente un margen muy amplio debido a la falta de datos cuantitativos y cualitativos suficientes.
Bij deze ramingen wordt noodzakelijkerwijs een wijde marge gehanteerd, bij gebrek aan voldoende kwantitatieve en kwalitatieve gegevens.
-
uitgebreid
adjectiveZeer groot in uitgestrektheid of in omvang.
Camerún ha desarrollado su definición de la legislación aplicable mediante amplias consultas a las partes involucradas.
Kameroen heeft in uitgebreid overleg met de belanghebbenden bepaald welke wetgeving van toepassing is.
-
uitgestrekt
particleZeer groot in uitgestrektheid of in omvang.
La Comisión ha adquirido una experiencia sectorial en una amplia región geográfica.
De Commissie heeft in de sector ruime ervaring opgedaan in een uitgestrekt geografisch gebied.
-
Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen
Automatische vertalingen van "amplia" in Nederlands
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Zinnen vergelijkbaar met "amplia" met vertalingen in Nederlands
-
uitgebreid netwerk · wide area network
-
ouder
-
Lisdoddefamilie
-
abundant · alomvattend · ampel · breed · breedvoerig · diepgaand · enorm · genereus · groot · gul · kwistig · massief · offervaardig · omstandig · omvangrijk · omvattend · opofferingsgezind · overvloedig · rijk · rijkelijk · royaal · ruim · scheutig · slobberig · sterk · uitbundig · uitgebreid · uitgestrekt · veelomvattend · volop · vrijgevig · weelderig · welig · wijd
-
Links Breed Front
-
breedspectrum
-
grijns
-
abundant · alomvattend · ampel · breed · breedvoerig · diepgaand · enorm · genereus · groot · gul · kwistig · massief · offervaardig · omstandig · omvangrijk · omvattend · opofferingsgezind · overvloedig · rijk · rijkelijk · royaal · ruim · scheutig · slobberig · sterk · uitbundig · uitgebreid · uitgestrekt · veelomvattend · volop · vrijgevig · weelderig · welig · wijd