Vertaling van "weekend" naar Nederlands

weekeinde, weekend, weekendje zijn de beste vertalingen van "weekend" in Nederlands.

weekend adjective verb noun grammatica

The break in the working week, usually two days including the traditional holy or sabbath day. Thus in western countries, Saturday and Sunday. Occasionally abbreviated to w/e. [..]

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • weekeinde

    noun neuter

    break in the working week [..]

    Tom told Mary that he'd gone to the beach that weekend.

    Tom zei aan Maria dat hij dat weekeinde naar het strand geweest was.

  • weekend

    noun neuter

    break in the working week [..]

    I didn't go fishing with Tom last weekend.

    Ik ben vorig weekend niet met Tom wezen vissen.

  • weekendje

    noun neuter

    I didn't go fishing with Tom last weekend.

    Ik ben vorig weekend niet met Tom wezen vissen.

  • Weekeinde

    complementary part of the seven-day week devoted to rest. In most of the Western world, it is Saturday and Sunday; two traditionally non-working days in a seven-day week

    Tom told Mary that he'd gone to the beach that weekend.

    Tom zei aan Maria dat hij dat weekeinde naar het strand geweest was.

  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "weekend" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Zinnen vergelijkbaar met "weekend" met vertalingen in Nederlands

Toevoegen

Vertalingen van "weekend" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen