Vertaling van "tie" naar Nederlands

binden, knopen, das zijn de beste vertalingen van "tie" in Nederlands.

tie verb noun grammatica

A necktie (item of clothing consisting of a strip of cloth tied around the neck). See also bow tie, black tie. [..]

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • binden

    verb

    to attach or fasten with string [..]

    Which could tie them to similar benchmarks in the future.

    Wat hen kan binden tot gelijkaardige controlepunten in de toekomst.

  • knopen

    verb

    to attach or fasten with string [..]

    Check on the groom, make sure he brushes his hair and knows how to tie that tie.

    Bij de bruidegom kijken, zorgen dat hij zijn haar borstelt en weet hoe hij een stropdas moet knopen.

  • das

    noun masculine

    A long, thin piece of material that is tied around a person's neck (underneath their collar) to make them look smarter, politer or more successful.

    Dan believes this tie belongs to his wife's lover.

    Dan denkt dat deze das van de minnaar van zijn vrouw is.

  • Minder frequente vertalingen

    • stropdas
    • verbinden
    • gelijke stand
    • vastknopen
    • strikken
    • band
    • vastbinden
    • vastmaken
    • binding
    • aansluiten
    • gelijkspel
    • afbinden
    • vastleggen
    • verbinding
    • aanbinden
    • boog
    • toebinden
    • knoop
    • aanknopen
    • meren
    • tuigeren
    • onderbinden
    • samenbinden
    • Stropdas
    • plicht
    • strik
    • bevestigen
    • bijeenbinden
    • biels
    • dwarsligger
    • aanbranden
    • fixeren
    • koppelen
    • bepalen
    • inbinden
    • vaststellen
    • een knoop leggen
    • dichtknopen
    • binddraad
    • samenknopen
    • remise
    • sjorren
    • schakelen
    • overbinding
    • puntendeling
    • aaneenschakelen
    • draw
    • gelijk spel
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "tie" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Afbeeldingen met "tie"

Zinnen vergelijkbaar met "tie" met vertalingen in Nederlands

  • beperken · vastbinden
  • Tie Break
  • dasspeld
  • knopen · samenknopen
  • stilstand
  • aanbinden · aanbranden · aanknopen · aansluiten · bepalen · bevestigen · binden · een knoop leggen · fixeren · knopen · meren · onderbinden · tuigeren · vastbinden · vastleggen · vastmaken · vaststellen · verbinden
  • aanbinden · aanbranden · aanknopen · aansluiten · afbinden · bepalen · bevestigen · bijeenbinden · binden · een knoop leggen · fixeren · inbinden · knevelen · knopen · meren · onderbinden · samenbinden · samenknopen · staking · stilstand · toebinden · tuigeren · vastbinden · vastleggen · vastmaken · vaststellen · verbinden
  • verkeersknoop · verkeersopstopping
Toevoegen

Vertalingen van "tie" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen