Vertaling van "suit" naar Nederlands

pak, kostuum, kleur zijn de beste vertalingen van "suit" in Nederlands.

suit verb noun grammatica

A set of clothes to be worn together, now especially a man's matching jacket and trousers (also business suit or lounge suit), or a similar outfit for a woman. [..]

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • pak

    noun neuter

    suit of clothes [..]

    Trying on the suit, Dima found it to be too big.

    Dima paste het pak, maar het bleek te groot te zijn.

  • kostuum

    noun neuter

    suit of clothes [..]

    I thought you were going to wear your new suit.

    Ik dacht dat je jouw nieuwe kostuum ging dragen.

  • kleur

    noun feminine

    card games: set of cards distinguished by color and emblems [..]

    I'm talking about little things like wearing brown shoes with a gray suit.

    Ik bedoel dingen zoals twee kleuren sokken of sla bovenop een sandwich.

  • Minder frequente vertalingen

    • set
    • stel
    • stelletje
    • passen
    • schikken
    • complet
    • uitkomen
    • zaak
    • costuum
    • klederdracht
    • gewaad
    • staan
    • omkleden
    • kleden
    • aankleden
    • voegen
    • dracht
    • betamem
    • deugen
    • gelegen komen
    • geschikt zijn
    • proces
    • aanzoek
    • rechtszaak
    • bevallen
    • aantrekken
    • aandoen
    • aanstaan
    • zinnen
    • ensemble
    • aanbrengen
    • aannemen
    • bekleden
    • overtrekken
    • bepleisteren
    • pleisteren
    • stukadoren
    • opbrengen
    • accepteren
    • opleggen
    • ontvangen
    • aanpassen
    • geding
    • rechtzaak
    • regelen
    • horen
    • arrangeren
    • beamen
    • goed zitten
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "suit" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Afbeeldingen met "suit"

Zinnen vergelijkbaar met "suit" met vertalingen in Nederlands

Toevoegen

Vertalingen van "suit" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen