Vertaling van "strike" naar Nederlands

slaan, staking, staken zijn de beste vertalingen van "strike" in Nederlands.

strike verb noun grammatica

An old English measure of corn equal to the bushel. [..]

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • slaan

    verb

    to manufacture by stamping [..]

    How did you suddenly strike me eleven times?

    Hoe heb je me opeens elf keer geslagen?

  • staking

    noun

    work stoppage [..]

    The bus drivers are going on strike today.

    De buschauffeurs zijn vandaag in staking.

  • staken

    verb

    to stop working to achieve better working conditions [..]

    Does it consider the right to strike subordinate to the right to freedom of movement?

    Beschouwt het Hof het recht om te staken als ondergeschikt aan het recht van het vrije verkeer?

  • Minder frequente vertalingen

    • treffen
    • raken
    • opvallen
    • klappen
    • kloppen
    • houwen
    • inslaan
    • halen
    • doorstrepen
    • strijken
    • aanboren
    • schijnen
    • teisteren
    • aanval
    • bereiken
    • slagen
    • aanslaan
    • aangaan
    • imponeren
    • werkstaking
    • behalen
    • meppen
    • ontbranden
    • uitwissen
    • inhalen
    • offensief
    • wissen
    • toeslaan
    • aanfloepen
    • aanflitsen
    • attaque
    • slag
    • vlaag
    • de vlag strijken
    • indruk maken op
    • reiken tot
    • wortel schieten
    • doorkomen
    • klaarspelen
    • stoten
    • slagen voor
    • vechten
    • aantreffen
    • boren
    • vinden
    • klap
    • gaan
    • stoot
    • grijpen
    • terecht komen
    • aangrijpen
    • pakken
    • tegenkomen
    • tik
    • aflopen
    • klinken
    • aankomen
    • veeg
    • aansteken
    • kleppen
    • vastpakken
    • klop
    • aanraken
    • overgaan
    • vangen
    • merken
    • waarnemen
    • intrede
    • luiden
    • ontmoeten
    • kwetsen
    • vernemen
    • bellen
    • bevinden
    • bemerken
    • confisqueren
    • bemachtigen
    • bestorming
    • afranselen
    • binnengaan
    • vastgrijpen
    • charge
    • galmen
    • aanbellen
    • aanbotsen
    • afrossen
    • beetkrijgen
    • beroeren
    • doorroeren
    • dorsen
    • konfiskeren
    • omroeren
    • schalmen
    • choqueren
    • schellen
    • beetnemen
    • flap
    • heenweg
    • klets
    • houw
    • beieren
    • schrappen
    • mep
    • stormloop
    • toucheren
    • entree
    • schop
    • roeren
    • vatten
    • toegang
    • 10.halen
    • aanstoot geven
    • geduwd worden
    • gewaar worden
    • in beslag nemen
    • tegemoet treden
    • verbeurd verklaren
    • zich stoten
    • strekking
    • werkonderbreking
    • gieten
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "strike" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Afbeeldingen met "strike"

Zinnen vergelijkbaar met "strike" met vertalingen in Nederlands

Toevoegen

Vertalingen van "strike" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen