Vertaling van "stir" naar Nederlands

roeren, aangrijpen, bewegen zijn de beste vertalingen van "stir" in Nederlands.

stir verb noun grammatica

(transitive, dated) To change the place of in any manner; to move. [..]

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • roeren

    verb

    een vloeistof met een spaan in ronde beweging brengen

    He put milk into his tea and stirred it.

    Hij schonk melk in zijn thee en roerde hem.

  • aangrijpen

    verb

    This is a stirring evidence of God’s confidence in them.

    Dit is een aangrijpend bewijs van het vertrouwen dat God in hen stelt.

  • bewegen

    verb

    For God's sake, at least stir your stumps, get some fresh air.

    In godsnaam, beweeg een beetje, wat frisse lucht.

  • Minder frequente vertalingen

    • bedrijvigheid
    • ontroeren
    • omroeren
    • doorroeren
    • drukte
    • animo
    • tierigheid
    • opgewektheid
    • vertier
    • aanwakkeren
    • prikkelen
    • verroeren
    • opwinden
    • aansporen
    • opwekken
    • zwepen
    • aanvuren
    • tumult
    • verhitten
    • agiteren
    • sterkte
    • forsheid
    • welgedaanheid
    • stoerheid
    • stevigheid
    • schudden
    • ophitsen
    • de sporen geven
    • werken op
    • beweging
    • mengen
    • aanzetten
    • opstoken
    • treffen
    • herrie
    • sensatie
    • opruien
    • rel
    • schommelen
    • vertoornen
    • verplaatsen
    • opzetten
    • overplaatsen
    • gevecht
    • roerigheid
    • rustverstoring
    • kloppartij
    • knokpartij
    • vechtpartij
    • getier
    • spektakel
    • verleggen
    • beroering
    • aandoen
    • overbrengen
    • omzetten
    • kwaad maken
    • op stang jagen
    • rechtop zetten
    • zich aanstellen
    • zich verroeren
    • raken
    • vermengen
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "stir" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Zinnen vergelijkbaar met "stir" met vertalingen in Nederlands

  • roerbak · roerbakken · roerbakschotel · wokken
  • aangrijpend · bewegen · bewegend · ontroerend · opwinding · roeren · roerend
  • in de bajes zitten
  • aanwakkeren · aanzetten · ophitsen · opstoken · schudden · verhitten
  • Wrijvingsroerlassen
  • aangrijpen · bewegen · doorroeren · omroeren · ontroeren · porren · roeren
  • roerbakken
  • opschudding veroorzaken
Toevoegen

Vertalingen van "stir" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen