Vertaling van "spare" naar Nederlands

sparen, ontzien, besparen zijn de beste vertalingen van "spare" in Nederlands.

spare adjective verb noun grammatica

scanty; not abundant or plentiful. [..]

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • sparen

    verb

    to save (money) for reserve

    Do with me whatever you wish, but spare this child.

    Doe met mij wat u wilt, maar spaar dit kind.

  • ontzien

    verb

    het iemand gemakkelijker maken dan die persoon het anders zou hebben gehad door die persoon minder te belasten

    My poor mother begged the Prince to spare us.

    M'n ongelukkige moeder smeekte de vorst ons te ontzien.

  • besparen

    verb

    Spare me the details.

    Bespaar me de details.

  • Minder frequente vertalingen

    • bezuinigen
    • uitsparen
    • uitwinnen
    • uitzuinigen
    • toegeeflijk zijn voor
    • zich laten vermurwen
    • reserve
    • extra
    • reservedeel
    • verschonen
    • geven
    • opbrengen
    • toebrengen
    • toekennen
    • verlenen
    • aangeven
    • missen
    • zuinig
    • afstaan
    • betreuren
    • schenken
    • mager
    • doorbrengen
    • aandoen
    • inschakelen
    • doneren
    • aanbotsen
    • bejammeren
    • bewenen
    • aandraaien
    • uittreden
    • aansteken
    • uitstappen
    • uitstijgen
    • verdrijven
    • dun
    • schakelen
    • aanreiken
    • uitlopen
    • uitkomen
    • uitgaan
    • berouw hebben van
    • geduwd worden
    • het jammer vinden van
    • spijt hebben van
    • zich stoten
    • schraal
    • vervangingsdeel
    • vergeven
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "spare" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Zinnen vergelijkbaar met "spare" met vertalingen in Nederlands

  • reservesleutel
  • besparen · bezuinigen · missen · ontzien · sparen
  • reserveband · reservewiel · wisselwiel
  • Reservewiel · reservewiel · wisselwiel
  • afmonstering · congé · ontslag · vakantie · verlof · vrije tijd · vrijetijd
  • gespaard
  • sparen
  • onderdeel · reservedeel · reserveonderdeel · vervangingsdeel · wisselstuk
Toevoegen

Vertalingen van "spare" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen