Vertaling van "rest" naar Nederlands
rust, rusten, rest zijn de beste vertalingen van "rest" in Nederlands.
(uncountable, of a person or animal) Relief from work or activity by sleeping; sleep. [..]
-
rust
noun feminine m;f masculine;femininepeace, freedom from trouble, tranquility [..]
Tom, who had been working all day, wanted to have a rest.
Tom, die de hele dag gewerkt had, wilde gaan rusten.
-
rusten
verbintransitive: take repose [..]
Tom, who had been working all day, wanted to have a rest.
Tom, die de hele dag gewerkt had, wilde gaan rusten.
-
rest
noun masculineremainder [..]
I don't want to spend the rest of my life regretting it.
Ik wil er niet de rest van mijn leven spijt van hebben.
-
Minder frequente vertalingen
- stilstand
- kalmte
- uitrusten
- overblijfsel
- stilstaan
- rommel
- nachtrust
- afval
- berusten
- daarbij laten
- pauze
- overblijven
- rustteken
- blijven
- staartje
- steun
- gerust
- steunen
- pauzeren
- ontspanning
- resten
- rustpunt
- rustplaats
- schragen
- resteren
- verblijven
- ondersteunen
- stutten
- rustig
- gronden
- kalm
- gerustheid
- dragen
- stil
- drager
- leuning
- stilte
- stut
- bedaardheid
- bewegingloosheid
- rustigheid
- roerloosheid
- ruggesteunen
- schoren
- toeven
- wapenstilstand
- bedaard
- strakheid
- bestand
- leunen
- liegen
- rusting
-
Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen
Automatische vertalingen van "rest" in Nederlands
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Vertalingen met alternatieve spelling
"Rest" in Engels - Nederlands woordenboek
Momenteel hebben we geen vertalingen voor Rest in het woordenboek, misschien kun je er een toevoegen? Controleer automatische vertaling, vertaalgeheugen of indirecte vertalingen.
Representational State Transfer [..]
"REST" in Engels - Nederlands woordenboek
Momenteel hebben we geen vertalingen voor REST in het woordenboek, misschien kun je er een toevoegen? Controleer automatische vertaling, vertaalgeheugen of indirecte vertalingen.
Afbeeldingen met "rest"
Zinnen vergelijkbaar met "rest" met vertalingen in Nederlands
-
hele rust
-
nachtrust
-
ander · overig · verder
-
stoelen op
-
bedrust
-
goed uitgerust
-
bedaard · gerust · kalm · kalmerend · rustgevend · rustig · stil
-
uitgerust