Vertaling van "proficiency" naar Nederlands

bekwaamheid, kennis, bedrevenheid zijn de beste vertalingen van "proficiency" in Nederlands.

proficiency noun grammatica

Ability, skill, competence. [..]

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • bekwaamheid

    noun feminine

    This competence should be documented by a successful participation in collaborative studies, proficiency tests or interlaboratory comparisons.

    Die bekwaamheid dient te blijken uit een succesvolle deelneming aan gezamenlijke studies, expertisetests of vergelijkingen tussen laboratoria.

  • kennis

    noun masculine

    These integration conditions include language proficiency, though of varying levels.

    Deze integratievoorwaarden bestaan bijvoorbeeld in toereikende kennis van de taal, hoewel het verlangde niveau kan verschillen.

  • bedrevenheid

    noun

    Hard work and proficiency because of rivalry or simply to accumulate wealth is vanity, and the lazy person is stupid (4:4-8)

    Hard werk en bedrevenheid uit wedijver of eenvoudig om rijkdom te vergaren, is ijdelheid; iemand die lui is, is echter verstandeloos (4:4-8)

  • Minder frequente vertalingen

    • competentie
    • kunde
    • weten
    • verstand
    • wetenschap
    • bewustzijn
    • kenvermogen
    • medeweten
    • bezinning
    • bekendheid
    • besef
    • bekende
    • relatie
    • kennen
    • vaardigheid
    • deskundigheid
    • expertise
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "proficiency" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Zinnen vergelijkbaar met "proficiency" met vertalingen in Nederlands

  • taalvaardigheid
  • bedreven · bekwaam
  • leesvaardigheid
  • taalbeheersing · taalvaardigheid
  • bedreven · behendig · bekwaam · capabel · competent · deskundig · expert · geoefend · geschoold · handig · meester · vaardig · vakkundig · volleerd
  • bedreven · behendig · bekwaam · capabel · competent · deskundig · expert · geoefend · geschoold · handig · meester · vaardig · vakkundig · volleerd
  • bedreven · behendig · bekwaam · capabel · competent · deskundig · expert · geoefend · geschoold · handig · meester · vaardig · vakkundig · volleerd
Toevoegen

Vertalingen van "proficiency" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen