Vertaling van "prevail" naar Nederlands
zegevieren, overheersen, overwinnen zijn de beste vertalingen van "prevail" in Nederlands.
(intransitive) To be superior in strength, dominance, influence or frequency; to have or gain the advantage over others; to have the upper hand; to outnumber others. [..]
-
zegevieren
verbTo be superior in strength, dominance, influence or frequency; to have or gain the advantage over others; to have the upper hand
Finally, however, common sense prevailed and the agreement was adopted.
Maar uiteindelijk heeft het gezonde verstand toch gezegevierd en is de overeenkomst tot stand gekomen.
-
overheersen
verbTo be current, widespread or predominant; to have currency or prevalence
No idea prevails without the support of the majority.
Geen idee overheerst zonder de steun van de meerderheid.
-
overwinnen
verbTo be superior in strength, dominance, influence or frequency; to have or gain the advantage over others; to have the upper hand
The violence committed against them by your troops and soldiers will not prevail.
Het geweld van uw leger en uw soldaten tegen hen zal niet overwinnen.
-
Minder frequente vertalingen
- domineren
- overtuigen
- heersen
-
Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen
Automatische vertalingen van "prevail" in Nederlands
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Vertalingen met alternatieve spelling
"Prevail" in Engels - Nederlands woordenboek
Momenteel hebben we geen vertalingen voor Prevail in het woordenboek, misschien kun je er een toevoegen? Controleer automatische vertaling, vertaalgeheugen of indirecte vertalingen.
Zinnen vergelijkbaar met "prevail" met vertalingen in Nederlands
-
de overhand krijgen · zegevieren
-
zodat
-
overreden
-
geweld aandoen · overmeesteren · sterker zijn dan
-
heersende wind
-
dominant · dominerend · gangbaar · gezaghebbend · heersend · maatgevend · overheersend · toonaangevend
-
dominant · dominerend · gangbaar · gezaghebbend · heersend · maatgevend · overheersend · toonaangevend
-
dominant · dominerend · gangbaar · gezaghebbend · heersend · maatgevend · overheersend · toonaangevend