Vertaling van "practice" naar Nederlands
praktijk, oefenen, oefening zijn de beste vertalingen van "practice" in Nederlands.
(transitive, US) To repeat (an activity) as a way of improving one's skill in that activity. [..]
-
praktijk
nouncustomary action, habit, or behaviour [..]
Do you think that you can put your idea into practice?
Denk je dat je je idee in de praktijk kan brengen?
-
oefenen
verb(US) to repeat an activity as a way of improving one's skill [..]
Tom practices the piano three hours a day.
Tom oefent drie uur per dag op de piano.
-
oefening
noun femininerepetition of an activity to improve skill
Tom needs all the practice he can get.
Tom heeft alle oefening nodig die hij kan krijgen.
-
Minder frequente vertalingen
- uitoefening
- gebruik
- aanwenden
- gewoonte
- doorvoeren
- beoefenen
- beoefen
- in de praktijk brengen
- toepassen
- beoefening
- uitoefenen
- usance
- zich oefenen
- toepassing
- betrachten
- training
- in toepassing brengen
- gebruiken
- zede
- aanwending
- handeling
- stellen
- doen
- bezigen
- werkwijze
- zetten
- leggen
- activiteit
- optreden
- voordoen
- werking
- aanzetten
- opleggen
- benutten
- actie
- opbrengen
- plaatsen
- stoppen
- bedrijvigheid
- gedoe
- werkdadigheid
- vogelen
- aandoen
- toedoen
- steken
- aantrekken
- aanbrengen
- in praktijk brengen
- aanwensel
- hebbelijkheid
- gewenning
-
Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen
Automatische vertalingen van "practice" in Nederlands
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Vertalingen met alternatieve spelling
"Practice" in Engels - Nederlands woordenboek
Momenteel hebben we geen vertalingen voor Practice in het woordenboek, misschien kun je er een toevoegen? Controleer automatische vertaling, vertaalgeheugen of indirecte vertalingen.
Zinnen vergelijkbaar met "practice" met vertalingen in Nederlands
-
rechtspraktijk
-
bijkans · bijna · feitelijk · haast · praktisch · schier · vrijwel · welhaast · zo goed als · zowat
-
begaanbaar · berijdbaar · bruikbaar · doenbaar · doenlijk · functioneel · handig · hanteerbaar · nuttig · toegankelijk · uitvoerbaar · werkbaar
-
sporten
-
Good Manufacturing Practice
-
uitvoerbaarheid