Vertaling van "occupier" naar Nederlands

bezetter, bewoner, bezitter zijn de beste vertalingen van "occupier" in Nederlands.

occupier noun grammatica

One who occupies, particularly with respect to a foreign government controlling the territory of another. [..]

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • bezetter

    noun masculine

    one who occupies [..]

    What is the quality of the water that the Palestinians drink in the occupied territories?

    Wat is de kwaliteit van het water dat de Palestijnen drinken in de bezette gebieden?

  • bewoner

    noun masculine

    In respect of owner-occupied dwellings, this implies the use of actual rents for similar rented dwellings.

    Voor woningen van eigenaars-bewoners houdt dit het gebruik van de werkelijke huur van vergelijkbare huurwoningen in.

  • bezitter

    noun masculine

    Behind the guise of 'land reforms' the so-called 'veterans' loot and occupy white-owned farms at will.

    Onder het mom van "landhervormingen" plunderen en bezetten de zogenaamde "veteranen" naar willekeur boerderijen van blanke bezitters.

  • Minder frequente vertalingen

    • huurder
    • inzittende
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "occupier" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Vertalingen met alternatieve spelling

Occupier noun grammatica

A proponent or supporter of the Occupy Wall Street movement

+ Toevoegen

"Occupier" in Engels - Nederlands woordenboek

Momenteel hebben we geen vertalingen voor Occupier in het woordenboek, misschien kun je er een toevoegen? Controleer automatische vertaling, vertaalgeheugen of indirecte vertalingen.

Zinnen vergelijkbaar met "occupier" met vertalingen in Nederlands

  • huurwoning
  • bezetter
  • koopwoning
  • bekleden · beoefenen · beslaan · bewonen · bezetten · bezig houden · bezighouden · binnenrukken · binnenvallen · gebruiken · gevestigd zijn · in beslag nemen · in dienst hebben · innemen · inwonen · leven · opvullen · overladen · resideren · uitoefenen · verblijven · vullen · wonen
  • bezet
  • bezet · bezette · bezig · geëngageerd
  • bezet gebied
  • bekleden · bezetten · in beslag nemen · innemen
Toevoegen

Vertalingen van "occupier" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen