Vertaling van "nut" naar Nederlands

noot, moer, teelbal zijn de beste vertalingen van "nut" in Nederlands.

nut verb noun interjection grammatica

A fastener: a piece of metal, usually square or hexagonal in shape, with a hole through it having machined internal threads, intended to be screwed onto a bolt or other threaded shaft. [..]

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • noot

    noun feminine

    hard-shelled fruit [..]

    You're a hard nut to crack.

    Je bent een harde noot om te kraken.

  • moer

    noun feminine

    that fits on a bolt [..]

    the lower part is made up of a nut and a base sitting on the stopper

    het onderste deel bestaat uit de moer en een voet die op de kurk rust

  • teelbal

    noun masculine

    slang: testicle [..]

  • Minder frequente vertalingen

    • bal
    • gek
    • gekkin
    • kop
    • zot
    • schroefmoer
    • testikel
    • zottin
    • mafkees
    • moerschroef
    • noten
    • schaalvrucht
    • hoofd
    • Nut
    • kanis
    • zaadbal
    • ezel
    • Moer
    • hazelnoot
    • walnoot
    • okkernoot
    • Brug (muziekinstrument)
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "nut" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Vertalingen met alternatieve spelling

Nut noun

Egyptian goddess of the sky

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • Noet

    Nut (goddess)

    The sky-goddess Nut surrounded by the signs of the zodiac.

    De hemelgodin Noet, omgeven door de tekens van de dierenriem.

NUT proper

Initialism of [i]National Union of Teachers[/i].

+ Toevoegen

"NUT" in Engels - Nederlands woordenboek

Momenteel hebben we geen vertalingen voor NUT in het woordenboek, misschien kun je er een toevoegen? Controleer automatische vertaling, vertaalgeheugen of indirecte vertalingen.

Afbeeldingen met "nut"

Zinnen vergelijkbaar met "nut" met vertalingen in Nederlands

  • Gierarend
  • contramoer
  • aberrant · abnormaal · afdwalend · afwijkend · bah · dol · dolzinnig · gek · geschift · gestoord · getikt · getroebleerd · getroubleerd · krankzinnig · moeren · noten · onzin · onzinnig · stapel · tureluurs · uitzinnig · waanzinnig · zinledig · zinloos · zot
  • snijmoer
  • aardnoot · apenoot · olienoot · pinda
  • contramoer
  • aardnoot · apennoot · grondnoot · olienoot · pinda
  • paranoot
Toevoegen

Vertalingen van "nut" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen