Vertaling van "moving" naar Nederlands
ontroerend, aandoenlijk, aangrijpend zijn de beste vertalingen van "moving" in Nederlands.
moving
adjective
noun
verb
grammatica
(no comparative or superlative) That moves or move. [..]
-
ontroerend
adjectivethat causes someone to feel emotion [..]
I was very moved by her kindness.
Ik was erg ontroerd door haar vriendelijkheid.
-
aandoenlijk
adjectiveVerdriet en medelijden veroorzakend.
Such a show of unity is generally always very moving.
Een dergelijk vertoon van eenheid is altijd erg aandoenlijk.
-
aangrijpend
adjectiveVerdriet en medelijden veroorzakend.
This for me is one of the most moving of their paintings.
Dit is voor mij, een van de meest aangrijpende van hun schilderingen.
-
Minder frequente vertalingen
- roerend
- bewegend
- bewegende
- emotioneel
- ontroerende
- treffend
- beweeglijk
- mobiel
- beweegbaar
- bewegen
- bewogen
- boeiend
- droef
- hartbrekend
- hartroerend
- hartverscheurend
- hartverwarmend
- pakkend
-
Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen
Automatische vertalingen van "moving" in Nederlands
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Afbeeldingen met "moving"
Zinnen vergelijkbaar met "moving" met vertalingen in Nederlands
-
All the Right Moves
-
Non ti muovere
-
10.verhuizing · aandoen · aanmaken · aanrichten · aansporen · aanzetten tot · afnemen · ageren · agiteren · bedrijven · belezen · bewegen · beweging · bezig zijn · determineren · doen · doen besluiten · doen bewegen · een zet doen · effect sorteren · handelen · maatregelen treffen · maken · marcheren · nauwkeurig bepalen · omzetten · ontroeren · opereren · ophitsen · opruien · opschieten · opschuiven · opstoken · optreden · opwekken · opwinden · opzij schuiven · overbrengen · overhalen · overplaatsen · schudden · slag · stappen ondernemen · stichten · te werk gaan · teweegbrengen · treffen · uitbrengen · uitrichten · uitvoeren · uitwerken · uitwerking hebben · verhuizen · verleggen · veroorzaken · verplaatsen · verroeren · verroering · verschuiven · vervoeren · voorstellen · wegschuiven · werken · zet · zetten · zich aanstellen · zich bewegen · zich verplaatsen · zich verroeren
-
vaart
-
Contactpersoon verplaatsen naar
-
genadeslag
Voorbeeld toevoegen
Toevoegen