Vertaling van "mark" naar Nederlands

mark, teken, markeren zijn de beste vertalingen van "mark" in Nederlands.

mark verb noun grammatica

boundary, land in a boundary [..]

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • mark

    noun masculine

    unit of currency [..]

    The cigars cost two Marks.

    De sigaren kosten twee mark.

  • teken

    noun neuter

    indication for reference or measurement [..]

    In his wrinkled face could be seen the marks of a past filled with suffering.

    In zijn gerimpelde gezicht kon men de tekenen van een pijnlijk verleden zien.

  • markeren

    verb

    indicate [..]

    Mark the words that you cannot understand.

    Markeer de woorden die je niet begrijpt.

  • Minder frequente vertalingen

    • punt
    • merken
    • score
    • aanduiden
    • merkteken
    • tekenen
    • markering
    • aanduiding
    • bewijs
    • opschrijven
    • blijk
    • noteren
    • sein
    • merk
    • kenmerken
    • aangeven
    • bevlekken
    • verbeteren
    • stempelen
    • optekenen
    • blaam
    • neerpennen
    • afdrukken
    • nota nemen
    • zijn stempel drukken op
    • signaal
    • stempel
    • wenk
    • een teken geven
    • zegel
    • aanmunten
    • slaan
    • kruisje
    • spoor
    • vertonen
    • wijzen
    • tonen
    • aanwijzing
    • verkiezen
    • uitkiezen
    • aanwijzen
    • uitlezen
    • uitduiden
    • uitpikken
    • doelwit
    • doel
    • litteken
    • tentoonspreiden
    • uitzoeken
    • onderscheiden
    • uitwijzen
    • afdruk
    • kiezen
    • laten zien
    • waarnemen
    • getuigenis
    • Mark
    • certificaat
    • getuigschrift
    • verklaring
    • een
    • op
    • testimonium
    • cijfer
    • adstructie
    • getuigenverklaring
    • attest
    • identificeren
    • drukken
    • scoren
    • stip
    • spikkel
    • aantekenen
    • onderkennen
    • vereenzelvigen
    • gadeslaan
    • kentekenen
    • toekijken
    • observeren
    • oog
    • toezien
    • vlek
    • aankruisen
    • onderscheid maken tussen
    • kenschetsen
    • invloed
    • sukkel
    • opmerken
    • bemerken
    • ontwaren
    • uitoefenen
    • compascuum
    • merkeren
    • schrabben
    • meent
    • kenbaar maken
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "mark" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Vertalingen met alternatieve spelling

Mark proper noun abbreviation grammatica

A male given name. [..]

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • Mark

    proper masculine

    male given name [..]

    The cigars cost two Marks.

    De sigaren kosten twee mark.

  • Evangelie naar Marcus

    book of the Bible

Afbeeldingen met "mark"

Zinnen vergelijkbaar met "mark" met vertalingen in Nederlands

Toevoegen

Vertalingen van "mark" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen