Vertaling van "intimidating" naar Nederlands
bedreigend, angstaanjagend, dreigend zijn de beste vertalingen van "intimidating" in Nederlands.
intimidating
adjective
verb
grammatica
Present participle of intimidate. [..]
-
bedreigend
particleIt can be intimidating, giving evidence when he's in the room with you.
Het kan bedreigend zijn, een geuigenis afleggen wanneer hij samen in de kamer is met jou.
-
angstaanjagend
adjectiveAngst uitlokkend.
Now fish en croute with lemon butter sauce isn't as intimidating as it sounds.
Vis en croûte is minder angstaanjagend dan het klinkt.
-
dreigend
adjective particleYou're not going to intimidate me with suicide.
Bij mij hoef je niet te dreigen met zelfmoord.
-
Minder frequente vertalingen
- intimiderend
- schrikaanjagend
-
Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen
Automatische vertalingen van "intimidating" in Nederlands
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Zinnen vergelijkbaar met "intimidating" met vertalingen in Nederlands
-
aanmanen · aansporen · angst aanjagen · bang maken · bang zijn voor · beangstigen · bedreigen · beknorren · berispen · beïndrukken · brullen · bulderen · daveren · dreigen · duchten · een standje geven · imponeren · impressioneren · inschuchteren · intimideren · loeien · manen · ontmoedigen · schromen · terechtwijzen · terugschrikken voor · uitkafferen · verschrikken · verwijten · vrees aanjagen · vrezen
-
bangmakerij · bedreiging · dreigement · dreiging · intimidatie
-
intimideren
-
intimidator
-
geïntimideerd
-
geïntimideerd
-
aanmanen · aansporen · angst aanjagen · bang maken · bang zijn voor · beangstigen · bedreigen · beknorren · berispen · beïndrukken · brullen · bulderen · daveren · dreigen · duchten · een standje geven · imponeren · impressioneren · inschuchteren · intimideren · loeien · manen · ontmoedigen · schromen · terechtwijzen · terugschrikken voor · uitkafferen · verschrikken · verwijten · vrees aanjagen · vrezen
-
aanmanen · aansporen · angst aanjagen · bang maken · bang zijn voor · beangstigen · bedreigen · beknorren · berispen · beïndrukken · brullen · bulderen · daveren · dreigen · duchten · een standje geven · imponeren · impressioneren · inschuchteren · intimideren · loeien · manen · ontmoedigen · schromen · terechtwijzen · terugschrikken voor · uitkafferen · verschrikken · verwijten · vrees aanjagen · vrezen
Voorbeeld toevoegen
Toevoegen