Vertaling van "insurer" naar Nederlands

verzekeraar, assuradeur, verzekeringsagent zijn de beste vertalingen van "insurer" in Nederlands.

insurer noun grammatica

One who insures. [..]

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • verzekeraar

    noun masculine

    one who insures [..]

    However, there is no harmonised compensation mechanism in a cross-border situation if an insurer becomes insolvent.

    Er is echter geen geharmoniseerd compensatiemechanisme in een grensoverschrijdende situatie als een verzekeraar insolvent wordt.

  • assuradeur

    A financial institution that sells insurance.

    The technical reserves established by the different co-insurers shall be represented by matching assets.

    Tegenover de door de verschillende co-assuradeuren gevormde technische reserves moeten congruente activa staan.

  • verzekeringsagent

    DiNozzo, talk to the insurance agent on your own time.

    DiNozzo, praat in je eigen tijd met de verzekeringsagent.

  • verzekeringsgever

    A financial institution that sells insurance.

  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "insurer" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Zinnen vergelijkbaar met "insurer" met vertalingen in Nederlands

  • verzekeringsuitkering
  • inboedelverzekering
  • verzekeringsdekking
  • assureren · behoeden · beloven · beschermen · betuigen · beveiligen · borg staan voor · borgen · coveren · doen in verzekeringen · garanderen · in veiligheid brengen · nakomen · naleven · sponsoren · toezeggen · uitloven · uitvoeren · veilig stellen · veiligstellen · verrichten · vervullen · verzeggen · verzekeren · voltrekken · vrijwaren · waarborgen · zeker stellen
  • schadeclaim · schadegeval · verzekeringsclaim
  • groepsverzekering
  • arbeidsongeschiktheidsverzekering · invaliditeitsverzekering
Toevoegen

Vertalingen van "insurer" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen