Vertaling van "instigator" naar Nederlands

aanstoker, initiatiefnemer, aanstichter zijn de beste vertalingen van "instigator" in Nederlands.

instigator noun grammatica

A person who intentionally incites or starts something, especially one that starts trouble. [..]

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • aanstoker

    A person who intentionally starts something, especially one that starts trouble.

    Yet I saw him meet with one of the instigators of that violence.

    Toch zag ik hem samen met één van de aanstokers van dat geweld.

  • initiatiefnemer

    noun

    Ireland, as one of the instigators of the Non-Proliferation Treaty, has a major role to play here.

    Ierland is een van de initiatiefnemers tot het Non-proliferatieverdrag en dient hierin een belangrijke rol te vervullen.

  • aanstichter

    A person who intentionally starts something, especially one that starts trouble.

    Give me the instigators, and I will deal with them.

    Noem mij de aanstichters, dan reken ik met ze af.

  • Minder frequente vertalingen

    • ophitser
    • opstoker
    • aanzetter
    • provocateur
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "instigator" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Zinnen vergelijkbaar met "instigator" met vertalingen in Nederlands

  • aandrang · aandrift · aansporing · drang · impuls · instigatie · opwelling · stuwing
  • aanstichten · aanwakkeren
  • aanhitsen · aansporen · aanstichten · aanvuren · aanwakkeren · de sporen geven · ophitsen · opwekken · prikkelen · zwepen
  • aanhitsen · aansporen · aanstichten · aanvuren · aanwakkeren · de sporen geven · ophitsen · opwekken · prikkelen · zwepen
  • aanhitsen · aansporen · aanstichten · aanvuren · aanwakkeren · de sporen geven · ophitsen · opwekken · prikkelen · zwepen
  • aanhitsen · aansporen · aanstichten · aanvuren · aanwakkeren · de sporen geven · ophitsen · opwekken · prikkelen · zwepen
  • aanhitsen · aansporen · aanstichten · aanvuren · aanwakkeren · de sporen geven · ophitsen · opwekken · prikkelen · zwepen
Toevoegen

Vertalingen van "instigator" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen