Vertaling van "incitement" naar Nederlands
aansporing, stimulatie, prikkel zijn de beste vertalingen van "incitement" in Nederlands.
incitement
noun
grammatica
A call to act; encouragement to act, often in an illegal fashion. [..]
-
aansporing
nounaanmoediging tot actie
The internet cannot be a tool of terrorism, child traffickers and incitements to violence.
Internet kan geen instrument zijn voor terrorisme, kinderhandelaren en aansporingen tot geweld.
-
stimulatie
noun -
prikkel
verbSuch persons do not incite others to anger by cutting remarks.
Zulke personen prikkelen anderen niet tot toorn door scherpe opmerkingen te maken.
-
Minder frequente vertalingen
- prikkeling
- impuls
- aandrang
- instigatie
- opwelling
- aandrift
- stuwing
- drang
- drijfveer
- verzoek
- sommatie
- oproeping
-
Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen
Automatische vertalingen van "incitement" in Nederlands
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Zinnen vergelijkbaar met "incitement" met vertalingen in Nederlands
-
aandrijven · aangrijpen · aanhitsen · aanmoedigen · aansporen · aanstoken · aanvuren · aanwakkeren · aanzetten · agaceren · agiteren · bespreken · bewegen · de sporen geven · discuteren · dooreenhalen · ergeren · irriteren · ontroeren · op stang jagen · ophitsen · opjutten · opruien · opstoken · opwekken · opwinden · plagen · porren · prikkelen · provoceren · sarren · schudden · slingeren · stimuleren · swingen · tarten · tergen · uitdagen · uitlokken · uittarten · van gedachten wisselen · van zijn stuk brengen · verduisteren · verontwaardigen · vertroebelen · verwarren · verwisselen · zwaaien · zwepen
-
medelijden opwekken
-
aanzetten · op stang jagen · ophitsen · opruien · opwinden · prikkelen · uitdagen · uitlokken
-
aansporen
-
aanzetter · agitator
-
aandrijven · aangrijpen · aanhitsen · aanmoedigen · aansporen · aanstoken · aanvuren · aanwakkeren · aanzetten · agaceren · agiteren · bespreken · bewegen · de sporen geven · discuteren · dooreenhalen · ergeren · irriteren · ontroeren · op stang jagen · ophitsen · opjutten · opruien · opstoken · opwekken · opwinden · plagen · porren · prikkelen · provoceren · sarren · schudden · slingeren · stimuleren · swingen · tarten · tergen · uitdagen · uitlokken · uittarten · van gedachten wisselen · van zijn stuk brengen · verduisteren · verontwaardigen · vertroebelen · verwarren · verwisselen · zwaaien · zwepen
-
aanzetter · agitator
-
aandrijven · aangrijpen · aanhitsen · aanmoedigen · aansporen · aanstoken · aanvuren · aanwakkeren · aanzetten · agaceren · agiteren · bespreken · bewegen · de sporen geven · discuteren · dooreenhalen · ergeren · irriteren · ontroeren · op stang jagen · ophitsen · opjutten · opruien · opstoken · opwekken · opwinden · plagen · porren · prikkelen · provoceren · sarren · schudden · slingeren · stimuleren · swingen · tarten · tergen · uitdagen · uitlokken · uittarten · van gedachten wisselen · van zijn stuk brengen · verduisteren · verontwaardigen · vertroebelen · verwarren · verwisselen · zwaaien · zwepen
Voorbeeld toevoegen
Toevoegen