Vertaling van "honestness" naar Nederlands

eerbaarheid, eerlijkheid, fatsoen zijn de beste vertalingen van "honestness" in Nederlands.

honestness noun grammatica

Quality of being honest. [..]

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • eerbaarheid

    De handeling, eigenschap of conditie van eerlijk zijn; trouw zijn.

  • eerlijkheid

    noun feminine

    De handeling, eigenschap of conditie van eerlijk zijn; trouw zijn.

    You said that love was understanding, being honest.

    Je zei dat liefde begrip en eerlijkheid was.

  • fatsoen

    noun

    De handeling, eigenschap of conditie van eerlijk zijn; trouw zijn.

  • integriteit

    De handeling, eigenschap of conditie van eerlijk zijn; trouw zijn.

  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "honestness" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Zinnen vergelijkbaar met "honestness" met vertalingen in Nederlands

  • eerlijk gezegd · om eerlijk te zijn · open kaart spelen
  • boud · braaf · dapper · degelijk · deugdzaam · eerbaar · eerlijk · eerzaam · fair · fatsoenlijk · getrouw · innig · kloek · koen · loyaal · moedig · net · onvervalst · oprecht · rechtschapen · trouw · trouwhartig · vriendelijk
  • eerlijk gezegd · om eerlijk te zijn · open kaart spelen
  • boud · braaf · dapper · degelijk · deugdzaam · eerbaar · eerlijk · eerzaam · fair · fatsoenlijk · getrouw · innig · kloek · koen · loyaal · moedig · net · onvervalst · oprecht · rechtschapen · trouw · trouwhartig · vriendelijk
  • eerlijk gezegd · om eerlijk te zijn · open kaart spelen
  • boud · braaf · dapper · degelijk · deugdzaam · eerbaar · eerlijk · eerzaam · fair · fatsoenlijk · getrouw · innig · kloek · koen · loyaal · moedig · net · onvervalst · oprecht · rechtschapen · trouw · trouwhartig · vriendelijk
  • boud · braaf · dapper · degelijk · deugdzaam · eerbaar · eerlijk · eerzaam · fair · fatsoenlijk · getrouw · innig · kloek · koen · loyaal · moedig · net · onvervalst · oprecht · rechtschapen · trouw · trouwhartig · vriendelijk
  • boud · braaf · dapper · degelijk · deugdzaam · eerbaar · eerlijk · eerzaam · fair · fatsoenlijk · getrouw · innig · kloek · koen · loyaal · moedig · net · onvervalst · oprecht · rechtschapen · trouw · trouwhartig · vriendelijk
Toevoegen

Vertalingen van "honestness" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen