Vertaling van "hit" naar Nederlands

slaan, raken, treffen zijn de beste vertalingen van "hit" in Nederlands.

hit pronoun verb noun grammatica

(dialectal) It. [..]

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • slaan

    verb

    To give a blow [..]

    Tom was lucky that Mary didn't hit him.

    Tom boft dat Mary hem niet heeft geslagen.

  • raken

    verb

    to manage to touch in the right place [..]

    If the ball hits you somewhere else than on the head or hands, you're out.

    Als de bal je ergens anders dan op je hoofd of je handen raakt, ben je af.

  • treffen

    verb neuter

    to manage to touch in the right place [..]

    The ball hit her in the eye.

    De bal trof haar in het oog.

  • Minder frequente vertalingen

    • hit
    • klappen
    • slag
    • kloppen
    • stoot
    • houwen
    • inslaan
    • halen
    • teisteren
    • aanslag
    • succes
    • furore
    • opvallen
    • treffer
    • bereiken
    • slagen
    • inhalen
    • behalen
    • klap
    • reiken tot
    • meppen
    • steek
    • doorkomen
    • klaarspelen
    • best-seller
    • slagen voor
    • vechten
    • afranselen
    • schlager
    • uitval
    • houw
    • veeg
    • pakken
    • aanval
    • mep
    • tik
    • grijpen
    • vangen
    • klop
    • loop
    • tref
    • toets
    • aangrijpen
    • beuk
    • kwetsen
    • merken
    • afrossen
    • bestseller
    • geraakt
    • geraakte
    • kaskraker
    • schot in de roos
    • confisqueren
    • raden
    • klets
    • roeren
    • buis
    • vatten
    • steel
    • intoetsen
    • bemachtigen
    • roer
    • bemerken
    • binnengaan
    • pijp
    • vastgrijpen
    • choqueren
    • vlaag
    • aanbotsen
    • beetkrijgen
    • doorroeren
    • dorsen
    • konfiskeren
    • omroeren
    • intikken
    • attaque
    • heenweg
    • beetnemen
    • flap
    • vastpakken
    • getroffen
    • Hit
    • gissen
    • entree
    • offensief
    • schop
    • intrede
    • kanaal
    • Slag
    • vooruitgang
    • vernemen
    • waarnemen
    • toegang
    • aanstoot geven
    • geduwd worden
    • gewaar worden
    • in beslag nemen
    • verbeurd verklaren
    • zich stoten
    • vermoorden
    • botsen
    • doden
    • ombrengen
    • omleggen
    • uithalen
    • succesnummer
    • afmaken
    • mollen
    • liquideren
    • killen
    • welslagen
    • best‐seller
    • een opduvel geven
    • koud maken
    • om het leven brengen
    • om zeep helpen
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "hit" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Vertalingen met alternatieve spelling

Hit
+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • Hit

    Hit (pronoun)

    The song was a big hit.

    Het lied was een grote hit.

HIT noun grammatica

Acronym of [i]high-intensity interval training[/i]. [..]

+ Toevoegen

"HIT" in Engels - Nederlands woordenboek

Momenteel hebben we geen vertalingen voor HIT in het woordenboek, misschien kun je er een toevoegen? Controleer automatische vertaling, vertaalgeheugen of indirecte vertalingen.

Afbeeldingen met "hit"

Zinnen vergelijkbaar met "hit" met vertalingen in Nederlands

Toevoegen

Vertalingen van "hit" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen