Vertaling van "halting" naar Nederlands
kreupel, mank, onderbreken zijn de beste vertalingen van "halting" in Nederlands.
halting
adjective
verb
grammatica
prone to pauses or breaks; hesitant; broken [..]
-
kreupel
adjectiveTheir course was unsteady and halting, like that of a lame man.
Hun gang was onvast en wankelend, zoals die van een kreupele.
-
mank
adjective -
onderbreken
verbhesitant or broken
Production was completely halted by OLS during that period and subsequently became regular again.
Gedurende deze periode onderbrak OLS de produktie volledig, die zij nadien op regelmatige grondslag heeft hervat.
-
Minder frequente vertalingen
- stil houden
- stoppen
- onbeholpen
- stokkend
-
Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen
Automatische vertalingen van "halting" in Nederlands
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Zinnen vergelijkbaar met "halting" met vertalingen in Nederlands
-
aanhouden · afbreken · afmaken · afslaan · afsluiten · arrest · arresteren · besluiten · beëindigen · blijven staan · halt houden · halte · halthouden · hapering · hinkend · in verzekerde bewaring nemen · inrekenen · keren · kreupel · mank · opbreken · opheffen · pleisterplaats · rust · staken · stelpen · stilhouden · stilleggen · stilstaan · stilstand · stilzetten · stoppen · stopplaats · stopzetten · stuiten · uitmaken · voleindigen
-
halthouden · stilstaan · stoppen
-
spoorweghalte
-
aanhouden · halthouden · keren · stilleggen · stilstaan · stoppen · stuiten · uitschakelen
-
halte · hapering · pleisterplaats · stilstand · stopplaats
-
stopprobleem
-
aanhouden · afbreken · afmaken · afslaan · afsluiten · arrest · arresteren · besluiten · beëindigen · blijven staan · halt houden · halte · halthouden · hapering · hinkend · in verzekerde bewaring nemen · inrekenen · keren · kreupel · mank · opbreken · opheffen · pleisterplaats · rust · staken · stelpen · stilhouden · stilleggen · stilstaan · stilstand · stilzetten · stoppen · stopplaats · stopzetten · stuiten · uitmaken · voleindigen
-
aanhouden · afbreken · afmaken · afslaan · afsluiten · arrest · arresteren · besluiten · beëindigen · blijven staan · halt houden · halte · halthouden · hapering · hinkend · in verzekerde bewaring nemen · inrekenen · keren · kreupel · mank · opbreken · opheffen · pleisterplaats · rust · staken · stelpen · stilhouden · stilleggen · stilstaan · stilstand · stilzetten · stoppen · stopplaats · stopzetten · stuiten · uitmaken · voleindigen
Voorbeeld toevoegen
Toevoegen