Vertaling van "habit" naar Nederlands

gewoonte, aanwensel, tic zijn de beste vertalingen van "habit" in Nederlands.

habit verb noun grammatica

To clothe. [..]

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • gewoonte

    noun feminine

    action performed repeatedly and automatically, usually without awareness [..]

    It isn't easy to get rid of bad habits.

    Het is niet gemakkelijk van slechte gewoonten af te raken.

  • aanwensel

    noun neuter

    hebbelijkheid [..]

  • tic

    noun masculine

    addiction [..]

    He was chewing on his pen, like a nervous habit.

    Hij beet op zijn pen, zoals een tic.

  • Minder frequente vertalingen

    • hebbelijkheid
    • habijt
    • gebruik
    • verslaving
    • pij
    • usance
    • uniform
    • zich
    • kledij
    • automatisme
    • kleden
    • kleding
    • uitdossing
    • truitjes
    • zede
    • routine
    • gewenning
    • sleur
    • lichaamsbouw
    • kleed
    • Habitus
    • gril
    • verslaafdheid
    • manie
    • idéé-fixe
    • stokpaardje
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "habit" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Vertalingen met alternatieve spelling

Habit
+ Toevoegen

"Habit" in Engels - Nederlands woordenboek

Momenteel hebben we geen vertalingen voor Habit in het woordenboek, misschien kun je er een toevoegen? Controleer automatische vertaling, vertaalgeheugen of indirecte vertalingen.

Afbeeldingen met "habit"

Zinnen vergelijkbaar met "habit" met vertalingen in Nederlands

Toevoegen

Vertalingen van "habit" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen