Vertaling van "gripping" naar Nederlands

boeiend, pakkend, ontroerend zijn de beste vertalingen van "gripping" in Nederlands.

gripping adjective noun verb grammatica

Catching the attention; exciting; interesting; absorbing; fascinating. [..]

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • boeiend

    adjective

    It so gripped my attention that I finished it that very day.

    De brochure boeide me zó dat ik ze dezelfde dag nog uitlas.

  • pakkend

    particle

    The bouncers grip him, nab his stash and kick him out with a physical warning.

    Die pakken z'n voorraad af en trappen hem eruit.

  • ontroerend

    adjective

    What are some characteristics of a genuine friend, as shown in this gripping account?

    Wat zijn een paar kenmerken van een echte vriend, zoals uit dit ontroerende verhaal blijkt?

  • Minder frequente vertalingen

    • aangrijpend
    • aanlokkelijk
    • aantrekkelijk
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "gripping" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Zinnen vergelijkbaar met "gripping" met vertalingen in Nederlands

  • aangrijpen · beetkrijgen · beetnemen · beetpakken · begrip · bemachtigen · bemerken · bestel · bestuur · bewind · boeien · confisqueren · contact · gedrag · gewaar worden · greep · griep · grijpen · grip · halen · handvat · heerschappij · heft · hendel · houding · houvast · in beslag nemen · influenza · inslaan · kolf · konfiskeren · leiding · macht · manieren · meesterschap · merken · onderhoud · pakken · raken · regering · rondleiding · teisteren · treffen · vangen · vastgrijpen · vasthouden · vastpakken · vat · vatten · verbeurd verklaren · vernemen · verpleging · verzorging · waarnemen
  • formaatgreep
  • aankunnen · iets de baas worden
  • griptape
  • aangrijpen · bemachtigen · grijpen · nemen · vastgrijpen
  • matched grip
  • greep
  • belangstellend · geboeid · gefascineerd · geïnteresseerd
Toevoegen

Vertalingen van "gripping" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen