Vertaling van "going down" naar Nederlands

achteruitgang, afdaling, daling zijn de beste vertalingen van "going down" in Nederlands.

going down verb

Present participle of go down. [..]

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • achteruitgang

  • afdaling

    noun
  • daling

    noun

    In recent years, not only are donations from these countries not increasing, but they are going down.

    De laatste tijd is er binnen de Unie geen stijging maar een daling van de ontwikkelingssteun waarneembaar.

  • Minder frequente vertalingen

    • teruggang
    • vermindering
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "going down" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Zinnen vergelijkbaar met "going down" met vertalingen in Nederlands

  • afdalen · afvaren · dalen · naar beneden gaan · omlaaggaan · teruglopen · zakken · zinken
  • afzuigen · pijpen
  • Something Heavy Going Down
  • afdalen · afgaan · afklimmen · afkomen · afzakken · bestijgen · dalen · declineren · klimmen · laten zakken · naar beneden gaan · naar boven gaan · neerdalen · neerlaten · omlaaggaan · ondergaan · rijzen · stijgen · strijken · tot zinken brengen · uitgaan · uitkomen · uitlopen · uitstappen · uitstijgen · uittreden · vallen · vellen · verminderen · verzakken · wegzakken · zakken · zinken
  • afdalen · afgaan · afklimmen · afkomen · afzakken · bestijgen · dalen · declineren · klimmen · laten zakken · naar beneden gaan · naar boven gaan · neerdalen · neerlaten · omlaaggaan · ondergaan · rijzen · stijgen · strijken · tot zinken brengen · uitgaan · uitkomen · uitlopen · uitstappen · uitstijgen · uittreden · vallen · vellen · verminderen · verzakken · wegzakken · zakken · zinken
  • afdalen · afgaan · afklimmen · afkomen · afzakken · bestijgen · dalen · declineren · klimmen · laten zakken · naar beneden gaan · naar boven gaan · neerdalen · neerlaten · omlaaggaan · ondergaan · rijzen · stijgen · strijken · tot zinken brengen · uitgaan · uitkomen · uitlopen · uitstappen · uitstijgen · uittreden · vallen · vellen · verminderen · verzakken · wegzakken · zakken · zinken
  • afdalen · afgaan · afklimmen · afkomen · afzakken · bestijgen · dalen · declineren · klimmen · laten zakken · naar beneden gaan · naar boven gaan · neerdalen · neerlaten · omlaaggaan · ondergaan · rijzen · stijgen · strijken · tot zinken brengen · uitgaan · uitkomen · uitlopen · uitstappen · uitstijgen · uittreden · vallen · vellen · verminderen · verzakken · wegzakken · zakken · zinken
  • afdalen · afgaan · afklimmen · afkomen · afzakken · bestijgen · dalen · declineren · klimmen · laten zakken · naar beneden gaan · naar boven gaan · neerdalen · neerlaten · omlaaggaan · ondergaan · rijzen · stijgen · strijken · tot zinken brengen · uitgaan · uitkomen · uitlopen · uitstappen · uitstijgen · uittreden · vallen · vellen · verminderen · verzakken · wegzakken · zakken · zinken
Toevoegen

Vertalingen van "going down" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen